De Waarde van de Wadden

Januari 2004

Gezamenlijke visie van de natuur- en milieuorganisaties op het beleid en beheer van de Waddenzee ten behoeve van de Adviesgroep Waddenzeebeleid


Waddenvereniging, Vereniging Natuurmonumenten, Wereld Natuur Fonds, Vogelbescherming Nederland, Unie van Landschappen, Vereniging Milieudefensie, Greenpeace Nederland, de 12 Provinciale Milieufederaties en Stichting Natuur en Milieu

 

1. Het belang van de wadden
 

Honderdduizenden mensen genieten jaarlijks van de natuur, het landschap, de rust en de ruimte in het waddengebied. Enerzijds van de cultuurhistorie en de knusse dorpen op de eilanden en anderzijds van de indrukwekkende en ontembare natuur van de Waddenzee, de kwelders, de duinen en de Noordzee. Het waddenlandschap met z'n kenmerkende biodiversiteit kan zich meten met de top van natuurgebieden in de wereld. De Waddenzee is in de eerste plaats een natuurgebied.
Dat neemt niet weg dat in het waddengebied mensen wonen, werken en recreëren. Daartegen bestaat ook geen bezwaar, mits de natuurwaarden van de Waddenzee niet in gevaar worden gebracht.


De Nederlandse Waddenzee vormt een ecologische eenheid met de Duitse en Deense Waddenzee. Met een totale oppervlakte van 8000 km² is de internationale Waddenzee het grootste en belangrijkste wetland van Europa. Op wereldschaal vormt het gebied een onmisbare schakel voor miljoenen vogels die de Waddenzee gebruiken als rust- en foerageergebied op hun trek van arctische gebieden in Siberië tot in Canada naar Europa en Afrika. Dankzij de voedselrijkdom vormt de Waddenzee de onmisbare kinderkamer voor talrijke Noordzeevissoorten.

De Waddenzee heeft op alle mogelijke manieren erkenning gekregen: het is een wetland op grond van de Conventie van Ramsar, een speciaal beschermd gebied op grond van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn en grote delen zijn aangewezen als Staatsnatuurmonument.


De invloed van de mens op de Waddenzee is onmiskenbaar. Een gebied zo groot als de huidige Waddenzee is in de loop der eeuwen ingepolderd. Door dijkenbouw, afsluiting van rivieren en zeearmen, de aanleg van stuifdijken en het vastleggen van de eilanden heeft de Waddenzee de vorm gekregen die we nu kennen. Daarmee is de werking van de natuurlijke dynamiek in de huidige Waddenzee niet gestopt. Binnen de beperking van deze ingrepen zijn de natuurlijke processen nog steeds bepalend. En wat resulteert, is een weids, open, grootschalig en veranderlijk landschap, dat de levensvoorwaarde vormt voor de kenmerkende soorten en habitats van dit mariene wetland. De Waddenzee is dan ook het meest natuurlijke natuurgebied van Nederland en de enige plaats waar men nog een wilderniservaring kan opdoen.


De Nederlandse natuurorganisaties zijn echter bezorgd over de toekomst van de Waddenzee. In deze notitie hebben wij onze zorgen samengevat en aangegeven wat er in onze ogen moet gebeuren om de karakteristieke natuur van de Waddenzee ook voor toekomstige generaties veilig te stellen.

2. Visie op de wadden
 

Het landschap van de Waddenzee, met z’n habitats en soorten, is het resultaat van natuurkrachten en menselijke ingrepen. De natuurlijke processen van eb en vloed, sedimenttransport, golven en wind, vormen - binnen de beperkingen van inrichting en gebruik - nog dagelijks het landschap van de wadden.


De belangrijkste waarden – de kernkwaliteiten – van de Waddenzee, die wij willen behouden, beschermen en ontwikkelen zijn:

- de kenmerkende, grotendeels natuurlijke patronen en processen

- een daarbij behorend, rijk geschakeerd planten- en dierenleven

- de wilderniservaring die mensen hier nog kunnen opdoen


Op basis van deze kernkwaliteiten formuleren wij het volgende streefbeeld:
 

Het internationale waddengebied – Noordzeekustzone, eilanden, zeegaten, Waddenzee, kwelders – is een samenhangende ecologische eenheid, met een ecologische relatie met het zeekleigebied binnendijks, afgesloten zeearmen en rivieren en de Noordzee.

De natuurlijke processen die het gebied op alle schaalniveaus vormgeven, vinden zo veel mogelijk ongestoord plaats. De dynamiek van wind, water en sediment krijgt zoveel ruimte dat het kustsysteem, met de kenmerkende structuren en natuurlijke vormen, zich kan handhaven en ontwikkelen.


Alle soorten en habitats die kenmerkend zijn voor de abiotische omstandigheden in de Waddenzee zijn optimaal aanwezig en kunnen in het dynamisch systeem zonder menselijk ingrijpen voortbestaan en zich ontwikkelen. Zo is er een ongestoord, rijk en gevarieerd bodemleven; behoudt de Waddenzee haar kinderkamerfunctie voor Noordzeevis en ontwikkelt de visstand zich evenwichtig; vinden de trekvogels en zeezoogdieren hier rust en voedsel; treffen we over grote oppervlaktes wuivende zeegrasvelden, oude mosselbanken en fossiele schelpenbanken aan; kennen de kwelders van vasteland en eilanden een meer natuurlijke ontwikkeling; zien we in de complexe duinsystemen van de eilanden stuivend zand, blonde duinen met stuifkuilen, loop- en paraboolduinen, maar ook natte duinvalleien en een grazige binnenduinrand.


De Waddenzee is schoon; er is geen verontreiniging en geen eutrofiëring; de risico’s van scheepsrampen in en rond de Waddenzee zijn minimaal.


De relatie met het achterland en de oude zeearmen is op veel plaatsen hersteld en er zijn geleidelijke zoet-zout-overgangen.

Het waddengebied is de uitgelezen plek voor de beleving van rust, ruimte, duisternis en een natuurlijk, dynamisch landschap.

Het cultuurhistorisch erfgoed op de eilanden en in het zeekleigebied is versterkt en wordt toeristisch uitgebaat.

In de agrarische gebieden op de eilanden, op Wieringen en in de kop van Friesland en Groningen vinden wadvogels, weidevogels, ganzen en zwanen rust en voedsel. Deze gebieden zijn ook botanisch interessant.

De economische bedrijvigheid in en rond de Waddenzee is levendig en ontwikkelt zich evenwichtig, passend bij het natuurgebied. Het natuurgebied Waddenzee blijkt zelf de kip met de gouden eieren voor de regio te zijn. Het menselijk medegebruik vaart wel bij en heeft geen belangrijke negatieve gevolgen voor de waddenwaarden.

 

3. Hoe staat het ervoor?
 

De dynamiek … …

Inpoldering van (delen van) de Waddenzee is verleden tijd; ‘ontpoldering’ is een nieuw begrip en de dynamiek van onbewoonde eilanden en de uiteinden van de bewoonde eilanden krijgt weer meer ruimte.
Grootschalige, natuurlijke, landschapsvormende processen zijn in de loop der eeuwen sterk beknot door dijkenbouw, landaanwinning en inpolderingen en door het vastleggen van de eilanden. Het waddengebied is daarmee zijn veerkracht voor een groot deel kwijtgeraakt en de Waddenzee is in een knellend korset gedwongen.


De natuurlijke zandhonger van de Waddenzee wordt gestild door zand van de Noordzee en de (eiland)kusten. Bij de voorspelde snellere stijging van de zeespiegel dan de laatste eeuw komt deze zandbalans in gevaar en dreigt de Waddenzee te ‘verdrinken’, ook als er zandsuppleties plaatsvinden. De zandhonger is de afgelopen decennia versterkt door bodemdaling als gevolg van bestaande gaswinning, door verwijdering van sediment uit de Waddenzee – zand- en schelpenwinning – en door het verdwijnen van ‘sedimentvangende’ structuren, zoals mosselbanken.

De zandwinning in de Nederlandse Waddenzee is om deze reden sinds 2000 gestopt; de schelpenwinning is gequoteerd en het beleid is – helaas nog niet succesvol – gericht op herstel van mosselbanken.


Dynamisch duin- en kustbeheer heeft z’n intrede gedaan. Hiermee wordt geprobeerd het verouderingsproces van de duinen te vertragen. Een deel van de natuurlijke rijkdom van de duinen kan zich momenteel weer herstellen.
Het vastleggen van de duinen door helminplant en bosaanplant, de verdroging en de luchtverontreiniging hebben tezamen dit verouderingsproces bespoedigd. Hierdoor, en door het gebrek aan mogelijkheden voor vernieuwing van duinen – ruimte voor grootschalige processen! – is een groot deel van de variatie uit de complexe duinsystemen verdwenen.


Een meer geleidelijke zoet-zout-overgang wordt op kleinschalige wijze hier en daar hersteld. En gedooggebieden voor foeragerende ganzen en zwanen binnendijks hebben weer veel foerageergebied hersteld. Maar de relatie binnendijks-buiten-dijks is nog op veel plaatsen verstoord door menselijke ingrepen en activiteiten. Door de strikte zoet-zout-scheiding zijn habitats van het brakke milieu verloren gegaan. En door bouwwerken of intensieve (agrarische) activiteiten is er onvoldoende rust op hoogwatervluchtplaatsen en kan foerageergebied binnendijks onvoldoende worden benut. Een zojuist verschenen rapport van het Common Wadden Sea Secretariat (Wadden Sea Ecosystem No. 16) laat zien dat zowel in de Waddenzee zelf, als binnendijks veel belangrijke hoogwatervluchtplaatsen blootstaan aan druk van menselijke activiteiten als recreatie, jacht, civiele luchtvaart, militaire oefeningen en windparken.

De open verbinding met de Noordzee zorgt, naast aanvoer van sediment, voor aanvoer van organisch materiaal. De biomassaproductie in de Waddenzee is van nature al hoog, maar is de laatste decennia door de aanvoer van extra fosfaat- en stikstofverbindingen, o.a. vanuit het IJsselmeer, sterk verhoogd. Dit heeft ook een verschuiving in de primaire productie tot gevolg gehad, zoals meer algen en wormen. Het is een positieve ontwikkeling dat de fosfaatbelasting de laatste jaren afneemt. Het effect hiervan lijkt te zijn dat de primaire productie ook afneemt (volgens het modelonderzoek F7 van EVA II), alhoewel een afname van algen in de praktijk niet wordt waargenomen. Overigens betekent dit volgens de onderzoeker van het F7 rapport niet automatisch een vermindering van schelpdieren en schelpdieretende vogels, omdat hierbij vele andere factoren ook een rol spelen.


… het waddenmilieu … …

Door baggeractiviteiten en zandwinning is de vertroebeling van de Waddenzee toegenomen, een proces dat mogelijk versterkt nog versterkt wordt door de aanwezigheid van afsluitdijken. Deze vertroebeling heeft vergaande effecten op de voedselketen in de Waddenzee. Bij wetenschappers bestaat momenteel onduidelijkheid over een al of niet optredende vermindering van vertroebeling.

Volgens het Nederlandse beleid moeten de concentraties van verontreinigende stoffen in 2010 zijn teruggebracht tot achtergrondwaarden. De belasting van de Waddenzee is al aanzienlijk verminderd. In delen van de Waddenzee vinden we echter nog steeds te hoge concentraties aan zware metalen, met name kwik; bestrijdingsmiddelen, zoals dichloorvos, diuron en tributyltin en trifenyltin, stoffen uit de groep van PAK-verbindingen. Ook de toevoer van de verboden PCB’s vanuit het zoete water gaat nog steeds door. Een nieuwe groep vormen de persistente, organische verbindingen, zoals broomhoudende brandvertragers.
 

… de biodiversiteit … …

Oude mossel- en kokkelbanken zijn sinds begin jaren ‘90 van de vorige eeuw vrijwel uit de Waddenzee verdwenen. De oorzaken worden gezocht in overbevissing van schelpdieren. Het herstel van mosselbanken verloopt mondjesmaat.
 

Zeegrasvelden – een belangrijk biotoop voor uiteenlopende diersoorten – zijn sinds de jaren ‘30 van de vorige eeuw zo goed als verdwenen uit de Nederlandse Waddenzee. Het herstel verloopt om diverse redenen uitermate moeizaam, maar zeker is dat de verdwijning van stabiele mosselbanken en de bodemomwoeling door de kokkelvisserij hierop van invloed zijn.
 

De inheemse oester is sinds de jaren ‘30 van de vorige eeuw uitgestorven in de Nederlandse Waddenzee, waarschijnlijk door overbevissing. De Japanse oester, overgekomen van kweekpercelen in Zeeland, vormt inmiddels uitgestrekte oesterbanken. Helaas kan deze oester niet gegeten worden door wadvogels. De gevolgen voor het ecosysteem zijn nog onduidelijk. Enerzijds vormen de oesters een hard substraat, waarop andere soorten, waaronder mossels en kokkels, weer gedijen; anderzijds lijken deze oesters mossels en kokkels te verdringen.
 

De huidige kwelders, met hun zoutminnende vegetatie vormen een aanzienlijk deel van het totale kwelderareaal in Europa. We realiseren ons echter dat het slechts magere overblijfselen zijn van het uitgebreide kwelderlandschap van enkele eeuwen geleden. Aanwas van vastelands kwelders is momenteel niet mogelijk, doordat in het verleden grote stukken wadplaat zijn ingedijkt. De kwelders langs de vastelandskust kunnen alleen voortbestaan door kunstgrepen (rijshouten kwelderwerken en gereguleerde afwatering). De natuurlijke ontwikkeling van de kwelders is door de inrichting voor de landbouw ook jarenlang ingeperkt, maar wordt conform het beleid nu weer gestimuleerd. Ook vinden kansrijke proeven plaats met omvorming van zomerpolders naar kwelders.
 

De Waddenzee is sinds oudsher een belangrijke kinderkamer voor vissoorten van de Noordzee. De visstand in de Waddenzee is de laatste decennia echter aan grote veranderingen onderhevig. Met name platvis is momenteel schaars vertegenwoordigd. De oorzaken lijken complex, maar een relatie met waterkwaliteit, zoet-zout-sprong bij sluizen, overbevissing op de Noordzee en wijziging van de sedimentsamenstelling is waarschijnlijk.


De aantallen eidereenden, scholeksters en kanoetstrandlopers zijn in de afgelopen jaren dramatisch achteruitgegaan. Zo hebben tienduizenden eidereenden de afgelopen winters het loodje gelegd als gevolg van voedseltekort en is de populatie scholeksters in tien jaar met 40% gedaald. Voor kanoetstrandlopers uit Siberië is de Waddenzee van mondiaal belang als tussenstation tijdens de trek naar Afrika en voor de populaties uit Groenland en Canada is het gebied een belangrijke overwinteringplaats.
Al deze vogelsoorten zijn, elk met een eigen voorkeur en specialisme, voor hun voedsel aangewezen op nonnetjes, kokkels en mossels. De schaal en de intensiteit van de mechanische schelpdiervisserij van de afgelopen 15 jaar zijn mede debet aan deze achteruitgang. Deze conclusie wordt door het recent uitgebrachte EVA II rapport ondersteund.
 

Ook vogelsoorten als strandplevier, dwergstern en noordse stern, die aangewezen zijn op rustige broedplaatsen in (jonge) duinen en op strandvlaktes, hebben het moeilijk. Rustige, niet verstoorde stranden, zandvlaktes en schelpenbankjes zijn nodig.

De bruinvis is sinds het begin van de vorige eeuw sterk achteruitgegaan. Herstel lijkt moeilijk door het huidige gebrek aan haring in de Waddenzee.
 

De gewone zeehond was de laatste tien jaar bezig aan een goed herstel van de verontreinigingen en de virusepidemie van 1988. Door een nieuwe epidemie is het aantal in 2002 met de helft afgenomen. Toch is de indruk dat de populatie levenskrachtig is en met voldoende voedsel (vis) en rust op haar z’n ligplaatsen zich zelfstandig verder kan ontwikkelen.
 

… en de beleving.

De belevingswaarden van het waddengebied tenslotte komen steeds verder onder druk te staan. De stilte wordt verstoord door lawaaisporten als jetski’s, snelle motorboten en recreatief vliegen, massatoerisme, civiel en militair vliegverkeer, militaire oefeningen, etc. Maar ook de vrije ruimte en de weidse horizon zijn verder ingeperkt door meer en hogere bebouwing in het kustgebied en op de eilanden en door de aanwezigheid van al of niet permanente boorplatforms. Zelfs de duisternis is in het waddengebied op vele plaatsen niet meer zo totaal als enige decennia geleden.
 

Voor de cultuurhistorisch waarden van het waddengebied is de laatste jaren meer aandacht, vooral vanuit toeristisch-recreatief oogpunt. De landschappelijke samenhang wordt hierbij echter nogal eens vergeten, waardoor de landschappelijke identiteit van de eilanden en het vasteland verder afkalft. Toeristische voorzieningen, woonbebouwing, agrarische bebouwing en inrichting, infrastructuur en windturbines zijn de belangrijkste aantastingen.

4. Beheer, beleid en bestuur
 

Nederland heeft de verantwoordelijkheid en de internationale verplichting om, samen met Duitsland en Denemarken, de kwaliteit van ons grootste aaneengesloten wetland te behouden en te ontwikkelen.

Beheer, beleid en bestuur dienen te worden herzien.

Zo zijn er herstelmaatregelen nodig. Op basis van onze visie vinden beheermaatregelen t.b.v. herstel van landschapsvormen, habitats of soorten plaats door liefst eenmalige voorwaarden scheppende maatregelen. De afstand van ingreep tot gevolg is zo lang mogelijk, zodat het resultaat zo natuurlijk mogelijk is.
 

In het waddengebied hebben we te maken met grote natuurgebieden, met een eilander economie die eenzijdig en sterk afhankelijk is van het toerisme en de recreatieve kwaliteiten van het gebied en met een moeizame economische ontwikkeling. Daarom is het van belang dat het gebruik en beheer van het waddengebied plaatsvinden vanuit een integraal kader. Een adequate bescherming van natuur en landschap van het waddengebied kan niet plaatsvinden zonder een gerichte stimulering van duurzame economische ontwikkelingen. De mogelijkheden die in de Europese aanbeveling ten aanzien van Integrated Coastal Zone Management worden genoemd, dienen serieus te worden bekeken.
 

Beperkte delen van de Waddenzee zijn momenteel in eigendom en/of beheer van natuurbeschermingsorganisaties. In deze gebieden vinden vaak gerichte herstelmaatregelen plaats, maar de kwaliteit van de natuur is hier in sterke mate afhankelijk van wat zich elders afspeelt. Bezien moet worden in welke mate uitbreiding van de beheerstaak van natuurbeschermingsorganisaties, in het bijzonder in de meest kwetsbare delen van de Waddenzee, mogelijk is en hoe dit een meerwaarde kan hebben. De toepassing van het privaatrecht kan hierbij aan de orde komen.
 

De Waddenzee is één samenhangend gebied, met de primaire functie natuur.
Wij constateren dat dat ene gebied door een groot aantal overheden wordt bestuurd, met de daarbij behorende risico’s van versnippering en de voortdurende noodzaak van onderlinge afstemming van beleid. Aandachtspunt voor de toekomst is dan ook om te komen tot meer bestuurlijke samenhang.
 

Tenslotte constateren we dat, ondanks de primaire functie natuur, op een aantal terreinen bestuurlijke en politieke afwegingen worden gemaakt, waarbij die primaire functie aangetast wordt. Daarvan getuigen het onvoldoende weren van economische activiteiten die de kernkwaliteiten schade berokkenen. Ook het verlies aan draagvlak voor waddenbescherming dat hierdoor ontstaat bij de bewoners baart onze organisaties zorgen. Een actueel voorbeeld is het voornemen van minister Veerman om een vitale visserijsector, inclusief mechanische kokkelvisserij, in de Waddenzee te behouden (zie zijn brief aan de Kamer van 11 december 2003). Mechanische kokkelvisserij verdraagt zich echter niet met de natuurfunctie van de Waddenzee, zo valt ook te lezen in het EVA II rapport.
Gewaarborgd moet worden, dat belangenafwegingen geen afbreuk doen aan de primaire natuurfunctie van het gebied. Vanuit de trilaterale samenwerking en de Europese richtlijnen bestaat hiertoe ook de verplichting.
 

5. Wat is goed beheer?
 

In samenhang met de vorige paragrafen worden díe onderwerpen er uitgelicht die nieuw beheer vereisen ten behoeve van herstel van de natuur en echt duurzaam gebruik.


Schelpdiervisserij
Effecten
- De mechanische schelpdiervisserij heeft een aanzienlijke invloed op de natuurlijke processen. Zo wordt, gestaafd door EVA II, de vorming van natuurlijke mosselbanken verhinderd en verandert de mechanische kokkelvisserij de sedimenthuishouding zodanig, dat dit leidt tot een slibarmere wadbodem.
- De kenmerkende biodiversiteit is en wordt nog steeds sterk aangetast door de mechanische schelpdiervisserij. Zo wordt in EVA II aangetoond dat de natuurlijke relatie tussen de dichtheden aan kokkels en de kans op mosselzaadval door mechanische kokkelvisserij wordt verstoord. Ook blijkt mechanische kokkelvisserij een negatief effect te hebben op de aanwas van nieuwe kokkels en bovendien zelfs op enige afstand op het behoud en de ontwikkeling van zeegrasvelden. Door dit alles mist de Waddenzee momenteel niet alleen grote oppervlaktes kenmerkende biotopen als mosselbanken, kokkelbanken en zeegrasvelden, maar zijn ook de populaties van scholekster en eidereend gekelderd als gevolg van voedseltekort. Ook de kanoetstrandloper kent momenteel een sterke achteruitgang, maar het verband met mechanische schelpdiervisserij is in EVA II niet onderzocht. Tenslotte blijkt ook uit EVA II dat mechanische kokkelvisserij op beviste plaatsen leidt tot massale sterfte van dicht onder het bodemoppervlak levende dieren, zoals de tere schelpkokerwormen.

De impact op vogels wordt wellicht nog groter door een mogelijke achteruitgang van de primaire productie, als gevolg van afname van fosfaten. Overigens is er volgens de EVA II onderzoekers op dit moment geen reden om de referentieaantallen van vogels bij te stellen.
- Maar ook de wilderniservaring wordt belemmerd door verstoring van natuurlijke vormen en de overduidelijke aanwezigheid van de mens met een ‘niet-passende’ bezigheid.
 

Beheer
- Voor de mosselvisserij bepleiten we duurzame alternatieven, zoals mosselzaadvisserij, bijvoorbeeld middels invang aan touwen of netten, bij voorkeur in de Noordzee en kweekpercelen alleen in (een deel van) het diepere wad en de geulen.
- Voor de mechanische kokkelvisserij zien wij geen duurzaam alternatief: mechanische kokkelvisserij moet stoppen.
- Het mogelijk maken van herstel van 4000-6000 ha mosselbanken door middel van bovenstaande maatregelen.
- Geen schelpdiervisserij op de Noordzee in kustwater ondieper dan 15 meter.
- Oestervisserij (Japanse oester) op beperkte schaal en handmatig.
- Garnalenvisserij is mogelijk, als de bijvangsten tot een ondergeschikte hoeveelheid worden beperkt; aanpassingen afhankelijk van onderzoeksresultaten.


Klimaatverandering
Effecten

- Meer stormen en vanuit andere richting, meer zoetwaterafvoer en zeespiegelrijzing zijn ontwikkelingen die op een hoog schaalniveau in de natuurlijke processen ingrijpen; de onvoorspelbaarheid is hierdoor groot. Het risico van zeespiegelrijzing is, dat het getijdensysteem van de wadden geheel verdrinkt en dat de Waddenzee dus een soort binnenzee wordt.
- Er is (mogelijk) directe invloed van temperatuurstijging op soorten, maar de indirecte invloed door de veranderingen in het landschap zijn wellicht groter. Indien de wadden verdwijnen door zeespiegelrijzing dan verdwijnt de gehele karakteristieke biodiversiteit.
- Het is de vraag of het waddengebied als intergetijdengebied zal blijven bestaan; tot die tijd zal de beleving niet ernstig veranderen.
 

Beheer
- Geld voor (verder) onderzoek naar en discussie over de effecten voor het waddensysteem in trilateraal verband; met name aandacht voor maatregelen die de effecten kunnen vertragen.
- Maatregelen laten aansluiten op de natuurlijke processen, zodanig dat het gebied geen kunstmatig (aandoend) wad wordt.
- Geen ingrepen die de gevolgen versnellen of verergeren, zoals delfstoffenwinning, die bodemdaling veroorzaakt of sediment onttrekt.
- Inzetten op duurzame energie en energiebesparing.
- Voorkomen van ernstige klimaatverandering door een effectief CO2 beleid.
 

Gaswinning
Effecten proefboringen
Onderstaande effecten zijn bevestigd in een aantal uitspraken van de Rechtbank Leeuwarden.
- Voor het neerzetten van boortorens moet baggerwerk plaatsvinden; dit is vooral in de Waddenzee zelf zeer schadelijk.
- Geluid (brommen en het ‘stoten’ van pijpen), lichtuitstraling en affakkelen (vlam) kunnen schadelijke effecten hebben op vogels en zeezoogdieren.
- 110 meter hoge boortorens hebben, zelfs tot op een afstand van vele kilometers een zeer sterke impact op de wildernisbeleving.
Effecten winning (schuin of rechtstreeks)
Onderstaande effecten berusten o.a. op de Integrale Bodemdalingsstudie.
- Bodemdaling grijpt op hoog schaalniveau in in de natuurlijke processen.
Er treedt cumulatie op met zeespiegelrijzing, waardoor het effect verergerd en versneld wordt, met als mogelijk gevolg het verdwijnen op vrij korte termijn van het getijdengebied.
De zandhonger van de Waddenzee wordt versterkt; bij voldoende zandaanbod zullen de natuurlijke processen de patronen mogelijk weer herstellen; er zit echter een onzekerheidsaspect aan het precieze tijdsverloop, de precieze locatie en de sedimentsamenstelling
De zandhonger veroorzaakt erosie van de (eilander) kust; het herstel van deze erosie brengt kunstgrepen met zich mee en mogelijk effecten op (grotere afstand in) de Noordzee en de strand/duinkust.

- Bij schuine boringen alleen effecten voor de biodiversiteit als gevolg van bovenstaande effecten.
Voor platforms in de Waddenzee gelden geluidsoverlast en (regelmatig weerkerende) baggerwerkzaamheden als schadelijke zaken voor vogels, zeezoogdieren en bodemleven.
- ‘Virtuele’ verstoring van de natuurbeleving, ook als de platforms niet op de Waddenzee verschijnen.
Verstoring van de wilderniservaring door platforms op zee, op korte afstand van de Waddenzee en natuurlijk in nog ernstiger mate door platforms in de Waddenzee.
Geen wilderniservaring meer als de Waddenzee verdwijnt.
 

Beheer
- Geen nieuwe proefboringen en winning in de Waddenzee of op nieuwe plaatsen buiten de Waddenzee; dus handhaving van het moratorium.
- Gaswinning is een nieuwe bedreiging bovenop nu al bestaande aantastingen. De eerste prioriteit moet zijn de Waddenzee op orde te brengen.
 

Scheepvaart
Effecten

- Als vaargeulen worden verlegd of verdiept, is er - afhankelijk van de schaal en de frequentie - een belangrijke impact op de natuurlijke processen en patronen.
Lozingen van milieubedreigende stoffen, zoals olie en chemicaliën, maar zeker ook olie-(of andere chemische)rampen hebben een zeer sterke impact op biologische processen in bodem en water.
Door het gebruik van zware bunkerolie in de scheepvaart vindt er een belangrijke luchtemissie (met veel zwavel) plaats. Kortom vervuiling van water, bodem en lucht.
- Kenmerkende vogels, vissen en zeezoogdieren lopen een groot risico bij olielozingen en rampen en door aangroeiwerende verven, zoals TBT.
Introductie exoten, zoals giftige algen, door ballastwater.
Afval (zwerfvuil), met name plastics, levert een groot probleem voor vogels en zeezoogdieren.
- Het rechttrekken van vaarwegen, eventueel met geleidedammen, beperkt de wilderniservaring.
Ook olierampen, met olie op de kust of op het wad heeft een sterke impact op de beleving, evenals het zwerfvuil aan de kust.
 

Beheer
- Bij het bevaarbaar houden van de vaargeulen voor de veerboten naar de eilanden wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de natuurlijke morfologische situatie.
- Maatregelen worden genomen voor een zo groot mogelijke scheepsveiligheid ten noorden van de eilanden en op de Waddenzee: scheepvaartbegeleidingssysteem, loodsverplichting, adequate betonning, goede opleiding en voorlichting van de bemanning, veilige schepen en lading.
- Een goed toegerust en gecoördineerd rampenbestrijdingsplan, inclusief voorzieningen, regelgeving en handhaving.


Militaire activiteiten
Effecten

- Door vervuiling van water, bodem en lucht, als gevolg van vliegoefeningen, schietoefeningen en historische vervuilingen, worden de biologische processen aangetast.
De abiotische processen worden lokaal gehinderd, zoals op de Vliehors op Vlieland en de Hors op Texel; en gestoord, zoals door baggerwerkzaamheden in de Mokbaai.
- Kenmerkende flora en fauna worden verdreven, vertrapt of verstoord.
Door het vliegen is sprake van grote geluidsoverlast, trillingen en schaduweffecten. Met name de verstoring van hoogwatervluchtplaatsen, o.a. op de Vliehors, is ernstig.
Doordat de verschillende oefeningen veel ruimte in beslag nemen, wordt de ter plaatse kenmerkende flora en fauna hun habitat ontnomen.
- Doordat de oefeningen gepaard gaan met veel lawaai en doordat er grote onveilige zones niet toegankelijk zijn, hebben militaire oefeningen enorme invloed op de belevingswaarde. Ook wanneer er niet geoefend wordt, zijn er resten van oefeningen aanwezig (bijvoorbeeld de harde doelen op de Vliehors) wat tevens de natuurbeleving aantast.
Militaire activiteiten doen derhalve sterk afbreuk aan de wilderniservaring.
 

Beheer
- Voor militair gebruik moet een vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet worden geëist, zodat het Europeesrechtelijk kan worden getoetst.
- Vermindering van het militaire gebruik tot een niveau waarop de kernkwaliteiten van het waddengebied niet meer worden aangetast; dit betekent in elk geval sluiting van de Vliehors als vliegrange.
 

Havens en industrie
Effecten

- Uitbreiding van havens in de Waddenzee betekent de onttrekking van natuurlijk wad en in veel gevallen verandering van stroming en sedimentverplaatsing. Uitbreiding kan ook betekenen: grotere en diepere schepen, waardoor vaargeulen moeten worden aangepakt (zie scheepvaart).
Baggerwerkzaamheden in de haven of de vaargeul en baggerstort (als het ‘schoon’ is mag het) hebben invloed op de morfologische processen en veroorzaken vertroebeling.
- Verontreiniging vanuit puntbronnen is drastisch afgenomen, zodat directe effecten op soorten drastisch zijn afgenomen; overigens is de Eems nog een probleemgebied
Gevolgen van vertroebeling voor de biodiversiteit zijn onvoldoende bekend.
- Concentratie op slechts enkele plaatsen langs de kust levert een relatief geringe invloed op de beleving; lokaal echter wel, door bouwwerken van een ‘niet-passende schaal’, o.a. bij de Eemshaven, Delfzijl, Harlingen en Den Helder.
 

Beheer
- Specialisatie van de havens al naar gelang de natuurlijke situatie (Den Helder aan het diepe Marsdiep en Harlingen aan het ‘hoge’ wad)
- Nieuwe normstelling baggerstort wordt eindelijk doorgevoerd.
- Omvorming bedrijfsprocessen in de industrie in milieuvriendelijke richting.
- Waterdichte bedrijfsrampenplannen die rekening houden met de gevolgen voor het milieu (productopvang, bluswater) en voldoende bestrijdingsmaterieel.


Recreatie en toerisme
Effecten

Er is nadrukkelijk verschil tussen water- en landrecreatie en tussen de vele vormen van recreatie; waarbij recreatief vliegen de meeste verstoring met zich brengt.
- Weinig of geen directe invloed op natuurlijke processen; echter indirect door de plaatsing van voorzieningen in bijvoorbeeld de duinen wel.
- Verstoring van hoogwatervluchtplaatsen, broedgebieden – met name vlakke open strandjes – en rustgebieden van zeehonden.
Indirect: door watergebruik verdroging van de duinen en daardoor achteruitgang soortenrijke natte duinvalleien.
- Met name de lawaaisporten (motorboten, vliegtuigjes) verstoren de wildernisbeleving van andere recreanten en bewoners in sterke mate.
 

Beheer
- Toeristische ondernemers richten zich op de rust en ruimte zoekende recreant.
- Overlast door lawaaisporten, inclusief het recreatief vliegen, is opgelost of deze sporten moeten hun heil elders vinden.
- De bouw van toeristische voorzieningen vindt niet plaats in de natuurgebieden en schaadt het landschap niet; de voorzieningen zijn energiezuinig.
- De zonering voor het recreatief gebruik is effectief, i.v.m. verstoring zeehonden, vogels e.d.
- Er blijft een plafond aan de capaciteit van verblijfsplaatsen en jachthavens bestaan.
 

Landbouw
Effecten

- Alleen landbouw op de buitendijkse gebieden kan invloed hebben op de natuurlijke dynamiek, o.a. door het graven van (rechte) sloten en door verzet tegen ontpoldering van zomerpolders
- Uitspoeling van bestrijdingsmiddelen en meststoffen heeft schadelijke invloed op (het immuunsysteem van) diverse soorten, met opbouw van persistente stoffen in de voedselketen.
Door (bewuste) verstoring kunnen overwinterende ganzen en zwanen niet terecht op boerenland, maar de laatste jaren worden ganzen in grote delen van het gebied gedoogd.
Egalisering en drainage van het land hebben negatieve effecten voor de ter plaatse kenmerkende biodiversiteit, maar ook voor wadvogels.
- Het agrarisch gebied levert geen wilderniservaring. Maar juist de afwisseling op korte afstand van ‘wilde natuur’ met cultuurhistorische ‘geborgenheid’ verhoogt de belevingswaarde van het waddengebied als geheel.
 

Beheer
- De landbouw in het waddengebied vervuilt het water en de bodem niet.
- De landbouw wordt optimaal ingezet bij behoud van de natuurwaarden die samenhangen met de Waddenzee en bij behoud van landschappelijke (waaronder cultuurhistorische) waarden.
- De productie van ecologische ‘waddenproducten’ kan bijdragen aan het duurzaam voortbestaan van de landbouw in het waddengebied.


Windturbines
Effecten

- Geen gevolgen voor de natuurlijke dynamiek als ze op land komen te staan; in de Waddenzee zijn het bouwwerken/obstakels met een impact op de water- en zandstromingen, zowel bij de aanleg, als tijdens het verdere bestaan.
- Door vogeltrekroutes te mijden is van molens op het land geen noemenswaardige invloed op de biodiversiteit te verwachten; in de Waddenzee valt impact voor de vogeltrek niet te vermijden.
- Windturbines, ook op land, kunnen onder bepaalde omstandigheden de wilderniservaring op het wad aantasten.
 

Beheer
- Windenergie is een vorm van duurzame energie die gestimuleerd moet worden.
- Het verbod op plaatsing van windturbines in de Waddenzee blijft gehandhaafd.
- Het huidige formaat windturbines is ook niet inpasbaar op de eilanden.
- Windturbines op het vaste land, in de omgeving van de Waddenzee, staan bij voorkeur op industrieterreinen; ze worden, net als elders, getoetst op visuele hinder en vogelhinder.
- Op de Noordzee zijn met een zorgvuldige aanpak grote mogelijkheden voor het plaatsen van windmolens, zonder risico voor de scheepvaart en zonder hinder voor vogels en visuele hinder; en misschien mèt mogelijkheden van mosselkweek.
 

Natuurontwikkeling
Uitgangspunten bij natuurherstelmaatregelen:
- Herstel vindt primair plaats door voorwaardenscheppende maatregelen.
- Concrete ingrepen sluiten aan bij de natuurlijke processen.
- De karakteristieke, natuurlijke landschapsvormen worden versterkt.

De volgende herstelmaatregelen leveren een positieve bijdrage aan het herstel van de natuurwaarden van de wadden:
- Herstel van zoet-zout-overgangen, bijvoorbeeld in het Lauwersmeer, in het IJsselmeer bij Den Oever en bij De Bol op Texel.
- Herstel van kreken, bijvoorbeeld de Roggesloot op Texel.
- Herstel van jonge duinlandschappen in de dynamische delen van de eilanden.
- Herstel van natuurlijke kwelders, op grotere schaal dan tot nu toe gerealiseerd.
- Herstel van mossel- en kokkelbanken.
- Herstel van rust op broedstrandjes, schelpenbankjes en hoogwatervluchtplaatsen, door een andere (recreatie)zonering.
- Vorming van binnendijkse hoogwatervluchtplaatsen, door een beschermingsregime in te stellen.
- Herstel van rust op de Razende Bol (Noorderhaaks) door dit eiland ook onder de Natuurbeschermingwet te brengen.