Voor een dagje
Schiermonnikoog moeten we vroeg opstaan. Wie op tijd in
Lauwersoog is om de boot van half tien naar Schier te halen,
heeft tijd genoeg om een flinke wandeling over het kleinste
bewoonde Nederlandse Waddeneiland te maken. De boot komt niet,
zoals op Vlieland en Terschelling, aan in het dorp maar op de
Veerdam, waar de bus naar het dorp de boot opwacht.
We stappen uit op
het centrale punt waar de hotels Graaf Bernstorff en Van der
Werff tegenover elkaar staan en op de andere hoek de enige
supermarkt van het eiland en de walviskaak. De twee delen van de
kaak staan als een poort opgesteld ter herinnering aan de
walvisvaarders die ooit van dit eiland vertrokken. Achter de
kaak op een grasveld staat het beeld van de monnik. Wie precies
de eerste bewoners van Schiermonnikoog waren, is niet bekend,
wel dat monniken van het Friese Klaarkampklooster in de
vijftiende eeuw over het wad naar het eiland kwamen lopen.
Vanaf de walviskaak
lopen we richting het noorden en slaan rechts de Langestreek in.
Waar de Oosterreeweg rechts naar het wad voert, slaan we links
het ruiterpad in richting duinen. Aan de voet van het duin
rechtsaf richting de Berkenplas.
Het pad loopt door
een vochtig, bijna spookachtig berkenbos. In de takken groeien
vreemde bollen die aan maretakken doen denken. Maar dat zijn ze
niet. Deze heksenbezems zijn het gevolg van een schimmelinfectie
die de celgroei verstoort in de takken, waardoor op een plek een
heleboel knoppen uitlopen tot takken.
De Berkenplas is
een heerlijk duinmeertje waar zomers goed in gezwommen kan
worden. Loop voor het restaurant langs tot aan het schelpenpad.
Bij de Sint Bernardweg links en dan direct weer rechts richting
de veerdam. Aan het eind bij een viersprong links afslaan op een
met houtsnippers bedekt fietspad.
Dit is de
Reddingsweg, die vroeger werd gebruikt om de roeireddingsboot
naar de oostelijke kant van het strand te brengen. De boot werd
getrokken door paarden van de boerderijen aan deze kant van het
eiland.
Op de kleine
begraafplaats Vredenhof liggen zowel drenkelingen als
oorlogsslachtoffers. Naast verdronken zeelieden liggen er
geallieerde piloten die aanspoelden, nadat hun vliegtuig werd
neergeschoten boven de Noordzee en Franse soldaten uit
Duinkerken die met de stroom mee op Schiermonnikoog belandden.
Net zoals in de
Eerste Wereldoorlog werden ook Duitse drenkelingen begraven op
Vredenhof. Sinds 1982 beheert de Nederlandse
Oorlogsgravenstichting de begraafplaats.
Voor het kerkhof
langs loopt een klein klimpaadje rechtdoor dat uitkomt bij een
breed duinpad dat naar de bunker, de Wasserman, voert. Je kunt
de bunker – onderdeel van de Atlantik-wal – al zien liggen vanaf
de boot. In de Tweede Wereldoorlog waren honderden Duitse
soldaten gelegerd op Schiermonnikoog. Bovenop de bunker moest
een dertig meter hoge radarantenne komen. Toen de bouw klaar
was, bleek de mast echter niet op de sokkel te passen.
Na de oorlog heeft
er nog een tijd een theehuis gestaan, maar nu is het er kaal en
winderig. Het uitzicht maakt weer alles goed. Vanaf de Wasserman
kun je het hele eiland overzien. Aan de voet van het duin slaan
we af naar rechts, richting zee. Daar komen we ook
strandpaviljoen de Marlijn tegen die mediterrane schotels op het
menu heeft.
Het strand van
Schier ziet er wat afwijkend uit, doordat langs de zee op veel
plaatsen kleine duintjes zijn ontstaan door opstuivend zand.
Tussen deze miniduintjes en de grote duinen groeien allerlei
bijzondere plantensoorten. Bij storm loopt het gebied regelmatig
onder.
We lopen een stuk
langs het strand en gaan bij het Jacobspad weer de duinen in.
Dat gaat over in het Scheepstrapad dat uitkomt bij de Badweg.
Vanaf nu wijst de rode vuurtoren de weg. Wie de toren in het oog
houdt, komt vanzelf uit bij de Badweg, dan even naar links en
het Vuurtorenpad in.
Schiermonnikoog
heeft twee vuurtorens, een rode en een witte. Ze werden beide in
1854 in gebruik genomen, maar na de uitvinding van het
draailicht werd de witte, zuidelijke toren buiten bedrijf
gesteld. Tot 1992 heeft de toren dienst gedaan als watertoren.
Op de zandbank in
zee ligt een verrassing te wachten. We tellen vijf flinke
zeehonden en een jong, die zich niets aantrekken van de
wandelaars. Ze draaien zich nog eens lui om op de zandbank.
De Badweg voert
terug naar het dorp en daar rest een dilemma: want wordt het Van
der Werff of Graaf Bernstorff? De twee hotels trekken ieder hun
eigen publiek aan en overlopen schijnt niet te kunnen.
De eilandbewoners
komen veel in de ouderwetse gelagkamer van Van der Werff. Daar
schijnt ook de Amsterdamse grachtengordel vaak te komen. De
eigenaar van hotel Graaf Bernstorff is later pas naar het eiland
gekomen. Bernstorff oogt wat luxer met de rotanstoelen op het
sfeervolle terras, en voor koude middagen liggen fleeceplaids
klaar.
Wij maken onze
keuze: voor de beste pruimentaart en de niet-rokerige eetzaal.
