|
|
|
Barnsteen
uit zee
Bron: Koos Dijksterhuis |
|
De meeste mensen
hebben wel eens van barnsteen gehoord en weten dat het fossiel hars
is. Hars is bomenbloed, we kennen het vooral als het kleverige
goedje uit naaldbomen. Waarschijnlijk was barnsteenhars vloeibaarder
en kwam het uit cipresachtige bomen. Het stamt uit vervlogen tijden,
toen Scandinavië een subtropische klimaat had en op de plek van het
huidige Zweden een enorm barnsteenbos stond. Dat was in het
Tertiair, de periode tot 65 miljoen jaar geleden.

Hoogbejaard
Er zijn ook oudere barnstenen gevonden, tot hoogbejaarde klompjes
van 300 miljoen jaar. Maar de meeste barnsteen is gevormd in het
ruim 63 miljoen jaar durende Tertiair. De geologische klok kijkt
niet op een uurtje meer of minder. In de ijstijden is het door
gletsjers meegevoerd.
Barnsteen kan overal in de bodem zitten en boven komen. Toch is het
vooral bekend van de kust. De Oostzeekust staat erom bekend, de
Duitse Waddeneilanden zijn ook niet slecht en in Nederland zijn
Ameland en Schiermonnikoog de beste plekken.
Aangespoelde klontjes zijn gladder en helderder dan klontjes op de
wal. Ze kunnen geelwit zijn tot bruinrood. Heel soms is er een
insect mee-gefossiliseerd, maar ook het vinden van insectloos
barnsteen vergt enig geluk. Het zijn vaak kleine stukjes van hooguit
een centimeter, je moet gebukt het schelpengruis afspeuren langs de
laagwaterlijn. Stukjes glas en klompjes kunsthars of paraffine
lijken erop.
Barnsteen is niet zomaar te verpulveren met je nagel, kunsthars wel,
waarvan het naar lak gaat ruiken. Grote klonten barnsteen worden
statisch als je ze opwrijft. Grote klonten zijn geschikt om sieraden
van te maken. Maar die zijn zeldzaam. In het
schelpenmuseum Paal 14 op
Schiermonnikoog liggen fraaie brokken.

naar bovenzijde pagina
|
|