|
Naaldbos hoort van nature niet thuis
op Schiermonnikoog. Het verjongt zich
daardoor onvoldoende. De naaldbomen worden
oud en gaan dood. Ze waaien snel om bij
storm. Daarom moeten er meer loofbomen,
zoals berken en eiken, komen. Het beheer is
op die ontwikkeling gericht.

Bosbeheer voor 1970
De naaldbomen die op Schiermonnikoog staan
zijn in het begin van de 20e eeuw, in 1912
en 1919, geplant in opdracht van de
toenmalige eigenaar van het eiland, Graaf
Von Bernstdorff. Geplant werden corsicaanse
den, oostenrijkse den, zeeden en grove den.
Ze werden geplant om ze regelmatig te kappen
maar mochten later blijven staan als
natuurbos. De bomen dienden ook om de
verstuiving van duinen te verminderen. Tot
1970 werden in het bos zo nu en dan jonge
loofboompjes verwijderd. Men dacht dat ze de
naaldbomen zouden verdringen. Dode en zieke
bomen werden opgeruimd. Men was bang dat ze
ziekten en insectenplagen over zouden
brengen op andere bomen. Zo ontstond er een
ééntonig naaldbos met bomen van dezelfde
leeftijd en dezelfde lengte. Er stonden in
het bos nauwelijks jonge bomen. Hierdoor was
het bos gevoelig voor storm.
1970-1990
In 1972 en 1973 werden door een paar stormen
flinke gaten geslagen in het bos. Op deze
open plekken kwamen na een paar jaren jonge
loofbomen op. Ook in de luwte van het
naaldbos, aan de oostkant ervan, groeiden er
meer en meer loofbomen. Er kwamen oude en
jonge, lange en kleine en naald- en
loofbomen in het bos en daardoor kon het
beter tegen stormen. Ook werd duidelijk dat
een bos met alleen maar naaldbomen ongunstig
zou zijn voor het grondwater. Bij naaldbomen
verdampt water namelijk eerder dan dat het
op de grond komt. Vanaf toen besloot men dat
een bos met zowel naaldbomen als loofbomen
veel beter was. De loofbomen mochten groeien
en blijven.
Na 1990
Begin jaren negentig bleek dat er weer iets
mis was met het bos. De naaldbomen uit 1912
en 1919 dreigen over een aantal jaren
ongeveer tegelijk dood te gaan. In 1995
heeft Natuurmonumenten een plan opgesteld om
de variatie in het bos nog meer te
vergroten. Hoofdlijn in het plan is het
maken van enkele kleine open plekken en hier
en daar het kappen van enkele bomen
(verdunning). De bedoeling is dat op de open
plekken jonge bomen gaan groeien, zoals
berk, els, eik, lijsterbes en hulst. Dode en
zieke bomen zullen in het bos blijven.
Omvorming van het huidige bos in een bos met
veel loofbomen duurt echter wel zo'n 100
jaar. In de winter van 1995 is het eerste
werk begonnen. Op een drietal plaatsen in de
Tweede Dennen zijn open plekken gemaakt. Op
enkele andere plaatsen is het bos verdund.
Een deel van de stammen bleef liggen, het
andere deel is afgevoerd. De laatste tijd
komen er zelfs hier en daar jonge boompjes
van de Corsicaanse dennen op.
Bron: de Vleet, Ecomare
|