Maak uw keuze

   home

   
  accommodaties
   
    geschiedenis
   
    dorp/bereikbaarheid
   
   bezienswaardigheden   
    vredenhof - bunker wassermann
    vuurtoren -  bezoekerscentrum -
    jachthaven - schelpenmuseum -
    walviskaken - de eendenkooi
   
    nationaal park
   
    bezoekerscentrum
 
   excursies
   
    landschappen/natuur
     wad - polder - westerplas -
     bos - kwelder - duinen -
     strand
   
    activiteiten
   
  verhalen
   
   taal
   
  •  kunstenaars
    en 't eiland
   
    
   
    links / © 2011
   
    mail webbeheerder
   
    inhoudsopgave site
 


terug naar overzicht
van verhalen


Terug naar weleer: vakantie op Schiermonnikoog
Door Kees Versluis | dinsdag 25 juli 2006

Mevrouw Westerhof legt uit waar we moeten zijn: vanaf de boot links, rechts, links, en dan het huis waarvoor een mijlpaal met een vogel staat.

Jeugd

Schiermonnikoog, het eiland van mijn jeugd. Bijna ieder jaar gingen we twee, drie weken naar het kleinste Waddeneiland. Al in januari begon mijn moeder te bellen voor een zomers vakantiehuisje in de duinen. In mijn herinnering hing ze dagen aan de lijn met VVV en huiseigenaren om te informeren naar de afstand tot de naburige huisjes en om te onderhandelen over de prijs. Ik heb destijds nooit beseft dat dat vroegtijdige gebel noodzakelijk was, omdat het eiland ’s zomers volledig volgeboekt is en dat een pension voor één nachtje in het weekend in het hoogseizoen eenvoudig niet te vinden is.

Naar de boot

We rijden tot de afslag Boerakker op de A7 naar Groningen. Daarna gaat het over landweggetjes naar Lauwersoog. Het landschap wordt steeds weidser, ontvolkter. Hier en daar ligt een kazerne langs de weg en ik vang een glimp op van Nederlands belangrijkste en geheimste spionagebolwerk: de schotels bij Zoutkamp, waarvandaan een flink deel van het telefoonverkeer in West-Europa kan worden afgeluisterd. Dan plots de Waddenzee, bij eb een modderige vlakte. Middenin de woestenij liggen twee grote parkeerterreinen. De boot naar Schier komt net aangevaren.

Herinnering

De medepassagiers op de boot vallen een beetje tegen. Ze zijn zo 'gewoon'. Witte gezinnen en stelletjes uit Vinex-wijken. In mijn herinnering was het in de jaren zeventig en begin jaren tachtig een ander slag. Waddentoerisme had toen iets ideologisch. Op de boot zag het zwart van de activistische Waddenzee-T-shirts. Mannen hadden lang haar of een baard en droegen een parka. Bij vrouwen kriebelde het haar onder de oksels; ze hadden een stekelige coupe en droegen bovengemiddeld vaak een tuinbroek.

Marijke

Bij mij in de klas zat ook zo’n fanatieke waddenverdedigster, Marijke heette ze. Ze had een kortgeknipt jongensachtig koppie en was niet alleen erg pro-Waddenzee, maar ook heel erg tegen kernwapens. Haar verbazing was groot toen ik haar een keer vertelde dat ik met mijn ouders en broertjes iedere zomer naar Schiermonnikoog ging. ‘Jij? Maar je hebt nooit een Red-de-Waddenzee-T-shirt aan. En je maakt grapjes over de neutronenbom.’

Duinwater

‘Niet te lang douchen’, zegt mevrouw Westerhof als ze het gemeenschappelijke badkamertje in haar pension laat zien. ‘Het is namelijk duinwater. En als het donker is geen herrie maken.’ We krijgen een sleutel en ze vraagt hoe laat we de volgende ochtend het ontbijt voor de deur gezet willen hebben.

Middagpauze

Vanuit het piepkleine jarenzeventignieuwbouwwijkje waar mevrouw Westerhof woont, fietsen we binnen twee minuten naar het centrum van het enige dorp op Schiermonnikoog. Er lijkt in dertig jaar niets veranderd. Supermarkt Schut met de karakteristieke puntgevel is er nog steeds. Voor de winkel net als dertig jaar geleden: kleurige schepjes en vliegers. En de siësta wordt hier nog altijd in ere gehouden. De VVV is dicht rond het middaguur; ‘kunst & design’-winkeltje Retteketet: gesloten van twaalf tot twee. Zo was het ook ooit in het Zuid-Hollandse dorp waar ik opgroeide, maar daar is die tussen-de-middagpauze al lang afgeschaft.

Terrasjes

Wat er wel veranderd is op Schier, is het aantal restaurants en terrasjes. Vroeger had je hotel Van der Werff en kon je hier en daar een ijsje eten, dat was het wel. Nu zitten er overal toeristen aan terrastafels achter een rosétje of een chique croque monsieur. De restaurants zijn ’s avonds vol. Uit eten gaan was in de jaren zeventig iets bijzonders. Toeristen kookten zelf in hun vakantiehuisje of op een primus voor de tent.

Zandforten

Ik was verslingerd aan het eiland toen ik kind was, vooral aan de brede, bijna verlaten stranden. Nauwlettend bestudeerde ik aan de muur van het VVV-kantoor de eb- en vloedtijden. Want mijn grootste hobby was zandforten bouwen met mijn broertjes. En dat is alleen leuk als het water opkomt, en de slotgrachten op een gegeven moment vollopen. Al snel stonden we ­ het water op Schier komt razendsnel op ­ met onze scheppen bezweet ons ommuurde eilandje te verdedigen tegen de zee. Het strand lag inmiddels twintig, dertig meter verderop waar mijn moeder driftig stond te zwaaien dat we onmiddellijk uit het water moesten komen.

Op Schiermonnikoog leerde ik als klein jongetje fietsen, op een schelpenduinpad. Tijdens mijn eerste afdaling van een duin belandde ik in de braamstruiken, omdat mijn moeder vergeten was uit te leggen hoe je moet remmen. Ik speelde in bunkers uit de Tweede Wereldoorlog oorlogje met echte Duitsers, zij het dat ze pas een jaar of vijf waren. En met het Het Beste Vogelboek in de hand leerde ik alle strandlopers en eenden onderscheiden. Schiermonnikoog was mijn paradijs.

Verveling

Maar toen ik ouder werd, sloeg de verveling toe. Bij slecht weer zat ik met de hele familie binnen rond de tafel, vaak zo’n ding met een glazen plaat waaronder zand en schelpen liggen. En strandweer was het sommige zomers zelden, zeker omdat het op Schier doorgaans drie, vier graden kouder is dan in het binnenland en het er altijd waait. Blasé trapte ik met mijn broers in de motregen een balletje over het dak van het vakantiehuis. En we scholden op mijn ouders omdat we niet naar Zuid-Frankrijk gingen in de zomer zoals ‘normale mensen’. Iedere bocht in ieder fietspad op het eiland kende ik. En duinkonijntjes en fazanten vertederden me al lang niet meer.

Tijdens mijn laatste zomer op het eiland was daar gelukkig Jef, de zoon van de eigenaar van ons huisje. Hij was negentien, een jaar of drie ouder dan ik, en gaf me surfles op het Noordzeestrand. ‘Zeg’, zei Jef met een shaggie tussen zijn lippen op een dag tegen mijn moeder. ‘Zal ik die jongen vanavond eens meenemen naar de Toxbar?’ Ik sprong op. Maar mijn moeder zei beslist: ‘Komt niets van in.’ Het was voor mij de druppel, ik begon Schiermonnikoog te haten. En de naam Toxbar ben ik nooit meer vergeten, die kreeg een magische klank.

Prachtige wildernis

Met onze gehuurde fietsen rijden we over het eiland. Hard zonlicht weerkaatst op de wit-grijze schelpenpaden, de dichtgroeiende zandvalleien en de grijze, stekelige duinstruiken. Schier is een prachtige wildernis. Maar wat is het klein. Binnen twintig minuten zijn we vanuit het dorp naar het verst weggelegen punt gefietst: de Kobbeduinen. Hier beginnen de waddenmoerassen, waar je in mijn herinnering tot aan je middel in kunt wegzakken en steekvliegen je continu belagen. Het gebied blijkt nu helaas niet toegankelijk, want het vogelbroedseizoen duurt nog een week. We fietsen alle overige paden van het eiland af. In een middag hebben we ieder plekje wel gezien: van de drooggevallen waddenkust tot het lelijke Berkenplasje en de vuurtoren.

Brede stranden

De stranden ­ breed waren ze altijd al ­ zijn nog veel breder geworden. Voor een deel zijn ze bedekt met waddenachtige smurrie, en je ziet nieuwe duinen op het strand geboren worden: plukjes helmgras die wortel schieten en vervolgens het rondstuivende zand vasthouden. Schiermonnikoog groeit, zowel in het westen als in het oosten wordt het eiland steeds groter. De zee is te voet bijna niet meer bereikbaar. Aan het belangrijkste strand, het Badstrand in het noorden, is het een kwartier lopen voordat je de waterlijn bereikt. Bij de andere stranden is het water nog veel verder weg. Het hotel aan het einde van de Badweg staat feitelijk al lang niet meer aan de kust. Eigenlijk zouden ze de asfaltweg twee kilometer moeten doortrekken, maar dat zal wel nooit gebeuren.

Straatartiesten

We fietsen terug naar het dorp. Dat verkeert inmiddels in feeststemming. Straatartiesten vermaken de toeristen op de terrassen. Cabaretier Gerard Wortel krijgt slechts wat gedempte lachers op zijn hand in café It Aude Beuthűs. En in restaurant Tante Zwaantje waar wij eten ­ pas vanaf een uur of negen is er plaats ­ is het helemaal feest. Meisjes en jongens met gitaren zingen liedjes. ‘We zijn van de Horinzontour’, vertelt een van de artiesten. ‘We trekken alle Waddeneilanden langs, dit jaar zijn we voor het eerst ook op Schiermonnikoog.’

Wat begon met Oerol op Terschelling is ’s zomers vaste prik geworden op alle Wadden. Overdag maak je als toerist een fietstochtje en zit je met een biertje op het terras, ’s avonds laat je je vermaken door straatartiesten, grappenmakers en muziekgezelschappen. Met enige weemoed gaan mijn gedachten terug naar de vogelaars en ecologische gelovigen die in mijn jeugd de eilanden bevolkten. Waar zijn ze gebleven, de natuurmensen die naakt ­ met bungelend geslacht ­ het gebied achter de Kobbeduinen introkken om een te worden met de dieren, planten en elementen? Die om zes uur ’s ochtends met hun verrekijker de vloedlijn aftuurden?

De Toxbar

Als de grappen van Gerard Wortel echt beginnen te vervelen, lopen we nog even naar de Toxbar, die magische naam uit mijn puberteit. Verf bladdert langzaam van de gevel, ervoor staan wat terrasstoeltjes. ‘Pannetje soep’, staat er in grote letters geschreven, en ‘sorbet’s’. Ik tuur door de ramen naar binnen. Drie jongens hangen rond een tafeltje, twee meisjes bewegen wat op de dansvloer. Verder gebeurt er weinig, half twaalf zaterdagavond hoogseizoen. Ik geeuw en we keren terug naar mevrouw Westerhof.

Plaatselijke visboer

De volgende dag lopen we naar de piepkleine brandweerkazerne van het eiland. Iedere dag rijdt de plaatselijke visboer hiervandaan met zijn trekker en forse aanhangwagen met toeristen naar het meest oostelijke puntje van het eiland: de Balg. Op de Balg woont niemand en is niets te zien behalve zand. Toen ik een jaar of vier was zat ik voor het laatst in de Balg-expres. Het regende toen en de wagen kwam vast te zitten in de zanderige blubber. Mijn jonge moeder ­ een meisje dat tien jaar jonger was dan ik nu ben ­ en haar nog jongere zusje moesten eruit om te helpen duwen.

Al treffen we vandaag de slechtste dag van deze julimaand ­ het is bewolkt en maar 22 graden ­ het weer is nu toch stukken beter dan toen. En dus trilt de grote vissenkom waarin we zitten gemoedelijk achter het tractortje over de strandribbels. Het landschap wordt ruiger en ruiger. De duinen in de verte verdwijnen, we rijden door snelstromende strandrivieren; het verschil tussen land, blubber en ondiep water is op een gegeven moment nauwelijks nog te zien. Dan stoppen we.

Een dun grijsgeel gordijn van stuivende zandkorrels trekt sonoor over de vlakte. Het einde van de wereld, zegt iemand. Dat einde van de wereld ligt inmiddels zes kilometer oostelijker dan jaren geleden, meldt de visboer. De commissarissen van de koningin van Friesland en Groningen hebben vorig jaar hun provinciegrenzen zelfs moeten herzien, om te voorkomen dat Schiermonnikoog deels op Gronings grondgebied zou belanden.

Zeehonden

In de verte op een zandplaat zie ik honderden zwarte stipjes. Ik mag door de verrekijker van mijn buurman kijken. ‘Zeehonden’, juich ik. Nooit eerder in al die zomers van mijn jeugd had ik een glimp van ze opgevangen. En nu honderden tegelijk. ‘Kijk’, roept een vrouw. Vlak voor ons steekt een zeehond zijn kop op uit zee. Even verder weer een. Vervolgens houdt het niet meer op. Schiermonnikoog ­ ik ben je twintig jaar ontrouw geweest ­ maar je bent opnieuw mijn paradijs, fluister ik.

Maar als we terughobbelen in de Balg-expres en het zelfs begint te regenen, realiseer ik me dat ik de afgelopen 24 uur eigenlijk alles wel gezien heb. ‘Over anderhalf uur vertrekt de eerstvolgende boot naar het vasteland, zullen we die maar nemen?’, vraag ik voorzichtig aan mijn reisgenoot.


terug naar overzicht van verhalen         naar bovenzijde pagina