|
|
|
'Schleidorp'
Tijdens de Tweede Wereldoorlog kende Schiermonnikoog een
‘Schleidorp’ (Schlei betekent 'zeelt'). Het was was een radardorp
dat in ongeveer 18 maanden is gebouwd. Er waren 180 tot 200 Duitse
soldaten gelegerd. De meesten hiervan waren van de Luftwaffe. Tot
1944 was de Schleidorpcommandant (en tevens Jagerleiteroffizier)
Overleutnant Greimel. Hij werd opgevolgd door Leutnant Hermann
Glasker, die tot de bevrijding op Schiermonnikoog zat. De commandant
had een eigen stenen woning in Schlei.
Het Schleidorp was gevestigd aan het einde van de huidige Prins
Bernhardweg, waar u nu het pavilioen De Marlijn vindt. De stelling
Schlei (onderdeel van een keten radarstations van noord- tot zuid
Europa) was voor de Duitsers van groot belang.
Schleidorp behoorde bij het kustradar-waarnemingssysteem, dat een
bescherming moest bieden tegen vijandelijke vliegtuigen. Met behulp
van radar werden vijandelijke vliegtuigen gesignaleerd en werden
Duitse jagers de lucht ingestuurd en vervolgens begeleid met behulp
van de radars.
Het dorp had een eigen stroom- en telefoonnet. Voor buitenstaanders
was het streng verboden gebied. Bij de ingang stond een slagboom met
een zwaarbewapende schildwacht. Mocht er toch iemand proberen het
dorp binnen te treden dan werd deze zonder pardon neergeschoten.
Voor het opwekken van stroom werd gebruik gemaakt van twee
aggregaten.
Ondergrondse
kabels zorgden ervoor dat de radars, bunkers en andere gebouwen dag
en nacht over stroom beschikten. De motoren draaiden dag en nacht.
Ook een kompleet telefoonnet was in het Schleidorp aanwezig. Zo had
commandant Glasker een eigen telefoonverbinding met de
Insellkommandant in de Batterie bij het strandhotel.

Het treintje
Rond 1942 werd er in opdracht van de Duitsers een smalspoor van zo'n
5 ½ kilometer aangelegd van de toenmalige veerdam (huidige
jachthaven) naar het Schleidorp.
Door het treintje werden bouwmaterialen als zand, grind, klei
enzovoort aangevoerd voor de bunkerbouw aangevoerd. Later zou er 's
nachts ook munitie naar Schlei worden aangevoerd. Over het smalspoor
reden twee locomotieven. Er zaten hoofdzakelijk kiepkarren achter.
De karren werden geladen in de huidige jachthaven, waar de goederen
voor de bezetter werden geladen. Vanaf de steiger ging het spoor
over de dijk en vanaf de kop van de dijk recht naar beneden.
Vervolgens ging het spoor voor de herberg langs op naar de (huidige
kaas) boerderij van de familie Holwerda.
Bij de ingang van het bungalowpark De Monnik zat er een knik in het
spoor en ging het vervolgens het huidige weiland in. In dit weiland
is tegenwoordig nog steeds een verhoging te zien, waar het
toenmalige spoor overheen liep. Het spoor liep verder richting
Vredenhof. Hier was een wissel met een klein stukje afgetakt spoor
om bouwmaterialen te lossen voor de grote bunker "Wasserman".
Ondertussen ging het
'gewone leven' door op het eiland. Zoals voor de kinderen hieronder.
Het betreft de klassen 1, 2 en 3 van de Christelijke Lagere School
op het eiland in 1942.
naar
bovenzijde pagina
|
|