|



Plaatsen van nieuwe
radar-antenne (dec.2009)

Enkele feiten
- bouwjaar: 1853 - 1854
- Ontwerper: H.G. Jansen e.a.
- Bouwer: L.J. de Borst-Verdoorn
- Materiaal: baksteen en natuursteen
- Torenkleur: rood
- Hoogte: 44 meter
- Verdiepingen: 8
- Treden: 153
- Lichtbron: kwikjodide, 2000 W
- Lichtsterkte: 2.500.000 cd (candela's)
- Zichtbaarheid: 28 zeemijlen
( 1 zeemijl = 1852 meter)


 |



zilveren vuurtoren
gemaakt door goudsmid
Douwe van der Velde
na bezoek aan de toren.

In 1998 werd de
toren rood
geschilderd.
|
De vuurtoren
(fjoertoer)

Oriënteren
Aanvankelijk moesten schippers zich tijdens hun vaart oriënteren aan
de hand van bijzondere kustvormen en bijvoorbeeld kerktorens. Daarna
verschenen de zogeheten ‘merken’ of ‘kapen’. Dat waren aanvankelijk
houten bouwwerken (later ook van steen en gietijzer) van soms 20
meter hoog die langs de kust werden opgericht om bijzondere plaatsen
aan te geven.
Kapen op Schiermonnikoog
|
De eerste keer dat in de
geschiedschrijving over een kaap wordt gesproken is in
de 14e eeuw. In 1731 wordt een begin gemaakt
met het plaatsen van ongeveer 20 kapen/bakens bij
Schiermonnikoog. Door aan de kust twee van dergelijke
bouwwerken te plaatsen – één bij de kust en de tweede
meer landinwaarts – kon de schipper zich nog beter
oriënteren. Zag men vanuit zee de beide kapen in één
lijn – de zogeheten geleidelijn – dan was dat een
aanwijzing hoe verder te varen. Op meerdere plaatsen
langs de kust stonden kapen die een geleidelijn vormden.
Zo ook op Schiermonnikoog; in 1766 wordt begonnen met de
bouw van een nieuwe grote kaap en een kleinere kaap.
|
 |
Het stoken van vuren als oriëntatiepunt gebeurde nog maar
mondjesmaat.
Olielamp
Met de uitvinding van olielampen met een circulair opgestelde pit
rond 1780 door de Fransman Argand nam de bouw van echte vuurtorens
een grote vlucht. Een andere Fransman, Fresnel, bouwde een
lenzenstelsel met prisma’s, waarbij het uitgestraalde licht van een
olielamp onder vrijwel elke hoek werd opgevangen en uitgestraald.
Door vervolgens dit lenzen- en prismastelsel te laten draaien
ontstonden ronddraaiende lichtbundels rond een stilstaande olielamp.
Zo kende men in Nederland rond 1830 zowel ‘draailichten’ als
‘stilstaande lichten’.
Koninklijk besluit
In 1853 tekent Koning Willem III een besluit tot de bouw van twee
vuurtorens op het eiland en wordt begonnen met de bouw van twee
identieke torens met elk een dubbele lichtwachterstoren.
In 1854 worden op beide torens de lantaarns en lichttoestellen
geplaatst. Per toren zouden de olielampen ongeveer 831 liter olie
per jaar gaan gebruiken. Op 1 september 1854 konden de lichten voor
het eerst worden ontstoken. De lichtwachters die bij de torens wonen
hebben tot taak te zorgen voor het brandend houden van de lichten.
Kustwacht en
Stormwaarschuwingsdienst
Op 1 april 1886 worden de vuurtorens in Nederland uitkijkposten en
is de Kustwacht een feit. De lichtwachters worden dan ook
kustwachters. In 1895 wordt op Schiermonnikoog ook de
stormwaarschuwingsdienst ingesteld, een nieuwe taak dus voor de
‘lichtwachters’ naast de kustwachttaken.
vuurtoren 1890
Noordertoren wordt 'de'
vuurtoren
In 1909 wordt het licht van de Zuidertoren (de toren nabij het
huidige Bezoekerscentrum) definitief gedoofd en wordt de
Noordertoren ‘de’ vuurtoren op Schiermonnikoog.
In 1911 verdwijnen de olielamp en het oorspronkelijke lenzenstelsel
uit de Noordertoren. Ervoor in de plaats komt een nieuw ronddraaiend
lenzenstelsel die vier lichtbundels kan uitstralen. Deze optiek is
er thans nog steeds! Voor het ronddraaien van de optiek zorgt ene
groot uurwerk en voor het licht wordt gezorgd door een gloeikous
waarin verhitte olie wordt verneveld en tot ontbranding wordt
gebracht (vergelijkbaar met de kleine gloeikousjes die kampeerders
nu nog gebruiken). Naast de toren bouwt men een kort ijzeren
torentje waarop een vierkante lantaarn wordt geplaatst. Dit licht
gaat als geleidelicht dienst doen. De beide ‘Pharoline’ gloeilichten
zorgen voor een forse toename van het olieverbruik.
Elektriciteit
In 1924 vindt de aansluiting van de vuurtoren op het
elektriciteitsnet van Schiermonnikoog plaats. Als lichtbron wordt
een lamp van 4000 Watt geplaatst. Als reservelamp dient een
zogeheten ‘blauwgasgloeilicht’ (in 1949 omgebouwd voor propaangas).
In 1974 verdwijnt de gloeilamp om plaats te maken voor een
kwik-jodidelamp van 2000 Watt. Er staan drie lampen in de optiek,
waarvan er één in het brandpunt staat. Valt deze lamp uit, dan
draait een andere lamp automatisch naar het brandpunt om zijn taak
over te nemen. Het in- en uitschakelen van het licht en het laten
draaien van de optiek gebeurt automatisch. Sinds 1979 heeft de toren
radar. De vuurtoren is 24 uur per dag bemand.
De (witte) Zuidertoren (kleine foto links) heeft in de loop der tijd verschillende functies
gehad: vuurtoren, watertoren en thans toren voor allerlei
communicatieapparatuur van KPN Telecom.
Uitzicht
De vuurtoren is helaas
niet voor publiek toegankelijk. Maar we kunnen u via onderstaande
foto toch een beeld geven van het indrukwekkende uitzicht.
Rechtsboven op de foto ziet u de 'Zuidertoren' nabij het dorp.


Voormalig vuurtorenwachter Perdok in
de uitkijkpost
Vuurtoren met de voormalige vuurtorenwachter-huisjes

Foto: Herman den Ouden
Foto: Jo Swiers

Zie
ook verhaal over vuurtorenwachter. Klik
naar bovenzijde pagina
terug
naar pagina bezienswaardigheden
|
|