|
|
naar bovenzijde pagina
|
Schiermonnikoog
in de Bataafs-Franse tijd
De heren van Schiermonnikoog verloren hun heerlijke rechten op
Schiermonnikoog in februari 1796. Er werd als gevolg van
gebeurtenissen rond de verkiezing en nominatie van burgemeesters en
volmachten en het door de Representanten van het volk van Friesland
genomen besluit dat het bestuur van Schiermonnikoog rechtstreeks het
bestuur zou mogen kiezen, gekozen voor een 'municipaliteit',
bestaande uit vijf burgemeesters en vijf volmachten als
'representanten'. Daarnaast hadden de bewoners zich ook de
behartiging van justitiële zaken, het standrecht, het wielgeld en
het stuivergeld toegeëigend. Voor de eigenaren bleef alleen het
eigendom van de grond over.
De Bataafse Republiek
(1795–1806), of het
Bataafs Gemenebest (naam
van 1805 tot 1806), was een
republiek die het grootste
gedeelte van het huidige
Nederland omvatte. De
republiek was gevormd naar
voorbeeld van en met
militaire steun van de
Franse Republiek, waarvan de
Bataafse Republiek een
vazalstaat was. Deze steun
werd trouwens duur betaald:
de Republiek moest
tientallen miljoenen guldens
betalen voor de Franse
troepen die in Nederland
gelegerd werden. Ook later
bleek de 'coalitie' met
Frankrijk nogal éénzijdig.
In hun strijd tegen de
Engelsen en bij daarop
volgende
vredesonderhandelingen waren
de Fransen maar al te graag
bereid om in ruil voor
toezeggingen van Engeland
Nederlandse koloniën af te
staan.
De Bataafse Republiek werd
na de Bataafse Revolutie
uitgeroepen op 19 januari
1795, één dag nadat
stadhouder Willem V naar
Engeland vluchtte. In
tegenstelling tot in
Frankrijk werden de
revolutionaire veranderingen
relatief vreedzaam
doorgevoerd.
|
|
In 1800 verzochten de eigenaren het Vertegenwoordigend Lichaam des
Bataafsen Volks' om herstel van hun rechten. Zij hadden geen
inkomsten, maar wel uitgaven, zoals traktementen voor de
schoolmeester en predikant en onderhoudskosten voor het rechthuis,
pastorie en kerk.
In juli 1801 werd door de Eerste Kamer van het vertegenwoordigend
Lichaam van het Bataafse Volk het besluit genomen dat de
municipaliteit van Schiermonnikoog de eigenaren moesten herstellen
in het genot van de voordelen van de berging van gestrande goederen
en het stuivergeld.
De nieuwe bekrachtiging van dit besluit werd door de staatsgreep van
september 1801 verhinderd. De nieuwe Staatsregeling van 1801 beoogde
in het algemeen het geven van een vergoeding van schade geleden als
gevolg van de regeling van 1798 door het herstel van oude rechten of
door financiële uitkeringen.
Schiermonnikoog maakte sindsdien ook deel uit van het departement
Friesland, waarbinnen iedere stad of district een eigen
gemeentebestuur kende volgens de algemene bepaling ten aanzien van
gemeentebesturen in Friesland van 1 oktober 1802.
Het gemeentebestuur van Schiermonnikoog bestond uit drie leden. De
taken van de politie en van justitie werden afgescheiden van het
gemeentelijk bestuur. Intussen bleven de eigenaren van
Schiermonnikoog proberen hersteld te worden in hun oude rechten,
maar vooralsnog bleef dat bij pogingen.
In 1806 adviseerde het departementaal bestuur van Friesland de
minister van Binnenlandse Zaken inzake de kwestie Schiermonnikoog.
Zij vonden dat de heren van Schiermonnikoog niet hersteld konden
worden in hun rechten. Dit met het oog op artikel 1 van het
'Reglement voor de drosten, mederegters en schepenen in Vriesland'
uit februari 1806, waarin wordt bepaald dat het bestuur van
gemeenten en steden werd gevormd door de drost en een
gemeentebestuur en justitiële zaken werden behartigd door de drost
en het gerecht.
Volgens hetzelfde reglement vormden de gemeenten Oost- en
Westdongeradeel en Schiermonnikoog één rechtsgebied met één gerecht
en één drost als voorzitter. Volgens hetzelfde advies werden
eigendomsrechten op de grond niet aangetast. het wielgeld, betaald
voor het verankeren van schepen, moest weer worden voldaan aan de
eigenaren, omdat hiervoor gebruik gemaakt werd van grond van de
landeigenaar.
Ook inkomsten uit het strandrecht zouden voortaan weer aan de
eigenaren van het eiland moeten worden betaald. Het heffen van
stuivergeld (een percentage van de koopprijs van huizen en onroerend
goed) en het heffen van belastingen op gedestilleerde wateren,
bieren en wijn was in strijd met het financiële stelsel van het Rijk
en deze rechten zouden derhalve niet aan de eigenaren geretourneerd
worden. Ook bleven de eigenaren het eigendom houden van het
rechthuis, berghuis, werkhuis en de school tegen gebruiksvergoeding.
In het kort kwam het er op neer dat de eigenaren zouden worden
hersteld in een groot deel van de oneigenlijke rechten, maar dat de
eigenlijke heerlijke rechten ofwel regeringsrechten werden
afgeschaft. Een definitief decreet met betrekking tot de heerlijke
rechten van Schiermonnikoog is er echter niet gekomen. Dit hing
samen met het niet tot stand komen van definitieve Staatsregelingen
na 1806.
Inlijving door Frankrijk
Na de inlijving bij Frankrijk in juli 1810 veranderde er
daadwerkelijk iets. Schiermonnikoog kwam onder leiding van een 'maire'
en de bevolking werd vertegenwoordigd door een municipale raad. Ook
de rechterlijke organisatie veranderde. De rechtsmacht kwam in
handen van het vredegerecht te Holwerd voor wat betreft kleinere
civiele zaken en overtredingen. De overige civiele zaken werden
gebracht voor de rechtbank in eerste aanleg te Leeuwarden en
misdrijven werden gebracht voor het Hof van Assisen te Leeuwarden.
Wat betreft de afschaffing van de heerlijke rechten en het verlies
aan inkomsten van de eigenaren van het eiland werd in 1810 tussen
het gemeenbestuur en de eigenaren een overeenkomst gesloten. Hierin
werd de afgifte van revenuen wegens gestrande goederen,
stuivergelden en boetes geregeld. Dit onder aftrek van reeds
betaalde plaatselijke belastingen en een lening aan de diakonie door
het gemeentebestuur en salarissen. De eigenaren van het eiland
betaalden de salarissen van de predikant, de schoolmeester en de
koster. Een verdeling van de opbrengst van gestrande goederen werd
ook gemaakt. De eigenaren betaalden eveneens een bijdrage aan
salarissen van ambtelijk personeel.
Schiermonnikoog telde in 1811: 180 huizen en 1046 inwoners.
Verder naar pagina
4
naar bovenzijde pagina
|
pagina 1
pagina 2
pagina 3
pagina 4
|