Maak uw keuze

   home

   
  accommodaties
   
  geschiedenis
   
    dorp/bereikbaarheid
   
   bezienswaardigheden   
    vredenhof - bunker wassermann
    vuurtoren -  bezoekerscentrum -
    jachthaven - schelpenmuseum -
    walviskaken - de eendenkooi
   
    nationaal park
   
    bezoekerscentrum
 
   excursies
   
    landschappen/natuur
     wad - polder - westerplas -
     bos - kwelder - duinen -
     strand
   
    activiteiten
   
    verhalen
   
   taal
   
  •  kunstenaars
    en 't eiland
   
    
   
    links / © 2011
   
    mail webbeheerder
   
    inhoudsopgave site
 

 




 




 





 




 




 




 










naar bovenzijde pagina

Schiermonnikoog in de Bataafs-Franse tijd

De heren van Schiermonnikoog verloren hun heerlijke rechten op Schiermonnikoog in februari 1796. Er werd als gevolg van gebeurtenissen rond de verkiezing en nominatie van burgemeesters en volmachten en het door de Representanten van het volk van Friesland genomen besluit dat het bestuur van Schiermonnikoog rechtstreeks het bestuur zou mogen kiezen, gekozen voor een 'municipaliteit', bestaande uit vijf burgemeesters en vijf volmachten als 'representanten'. Daarnaast hadden de bewoners zich ook de behartiging van justitiële zaken, het standrecht, het wielgeld en het stuivergeld toegeëigend. Voor de eigenaren bleef alleen het eigendom van de grond over.


De Bataafse Republiek (1795–1806), of het Bataafs Gemenebest (naam van 1805 tot 1806), was een republiek die het grootste gedeelte van het huidige Nederland omvatte. De republiek was gevormd naar voorbeeld van en met militaire steun van de Franse Republiek, waarvan de Bataafse Republiek een vazalstaat was. Deze steun werd trouwens duur betaald: de Republiek moest tientallen miljoenen guldens betalen voor de Franse troepen die in Nederland gelegerd werden. Ook later bleek de 'coalitie' met Frankrijk nogal éénzijdig. In hun strijd tegen de Engelsen en bij daarop volgende vredesonderhandelingen waren de Fransen maar al te graag bereid om in ruil voor toezeggingen van Engeland Nederlandse koloniën af te staan.

De Bataafse Republiek werd na de Bataafse Revolutie uitgeroepen op 19 januari 1795, één dag nadat stadhouder Willem V naar Engeland vluchtte. In tegenstelling tot in Frankrijk werden de revolutionaire veranderingen relatief vreedzaam doorgevoerd.
 

In 1800 verzochten de eigenaren het Vertegenwoordigend Lichaam des Bataafsen Volks' om herstel van hun rechten. Zij hadden geen inkomsten, maar wel uitgaven, zoals traktementen voor de schoolmeester en predikant en onderhoudskosten voor het rechthuis, pastorie en kerk.

In juli 1801 werd door de Eerste Kamer van het vertegenwoordigend Lichaam van het Bataafse Volk het besluit genomen dat de municipaliteit van Schiermonnikoog de eigenaren moesten herstellen in het genot van de voordelen van de berging van gestrande goederen en het stuivergeld.

De nieuwe bekrachtiging van dit besluit werd door de staatsgreep van september 1801 verhinderd. De nieuwe Staatsregeling van 1801 beoogde in het algemeen het geven van een vergoeding van schade geleden als gevolg van de regeling van 1798 door het herstel van oude rechten of door financiële uitkeringen.

Schiermonnikoog maakte sindsdien ook deel uit van het departement Friesland, waarbinnen iedere stad of district een eigen gemeentebestuur kende volgens de algemene bepaling ten aanzien van gemeentebesturen in Friesland van 1 oktober 1802.

Het gemeentebestuur van Schiermonnikoog bestond uit drie leden. De taken van de politie en van justitie werden afgescheiden van het gemeentelijk bestuur. Intussen bleven de eigenaren van Schiermonnikoog proberen hersteld te worden in hun oude rechten, maar vooralsnog bleef dat bij pogingen.

In 1806 adviseerde het departementaal bestuur van Friesland de minister van Binnenlandse Zaken inzake de kwestie Schiermonnikoog. Zij vonden dat de heren van Schiermonnikoog niet hersteld konden worden in hun rechten. Dit met het oog op artikel 1 van het 'Reglement voor de drosten, mederegters en schepenen in Vriesland' uit februari 1806, waarin wordt bepaald dat het bestuur van gemeenten en steden werd gevormd door de drost en een gemeentebestuur en justitiële zaken werden behartigd door de drost en het gerecht.

Volgens hetzelfde reglement vormden de gemeenten Oost- en Westdongeradeel en Schiermonnikoog één rechtsgebied met één gerecht en één drost als voorzitter. Volgens hetzelfde advies werden eigendomsrechten op de grond niet aangetast. het wielgeld, betaald voor het verankeren van schepen, moest weer worden voldaan aan de eigenaren, omdat hiervoor gebruik gemaakt werd van grond van de landeigenaar.

Ook inkomsten uit het strandrecht zouden voortaan weer aan de eigenaren van het eiland moeten worden betaald. Het heffen van stuivergeld (een percentage van de koopprijs van huizen en onroerend goed) en het heffen van belastingen op gedestilleerde wateren, bieren en wijn was in strijd met het financiële stelsel van het Rijk en deze rechten zouden derhalve niet aan de eigenaren geretourneerd worden. Ook bleven de eigenaren het eigendom houden van het rechthuis, berghuis, werkhuis en de school tegen gebruiksvergoeding.

In het kort kwam het er op neer dat de eigenaren zouden worden hersteld in een groot deel van de oneigenlijke rechten, maar dat de eigenlijke heerlijke rechten ofwel regeringsrechten werden afgeschaft. Een definitief decreet met betrekking tot de heerlijke rechten van Schiermonnikoog is er echter niet gekomen. Dit hing samen met het niet tot stand komen van definitieve Staatsregelingen na 1806.

Inlijving door Frankrijk

Na de inlijving bij Frankrijk in juli 1810 veranderde er daadwerkelijk iets. Schiermonnikoog kwam onder leiding van een 'maire' en de bevolking werd vertegenwoordigd door een municipale raad. Ook de rechterlijke organisatie veranderde. De rechtsmacht kwam in handen van het vredegerecht te Holwerd voor wat betreft kleinere civiele zaken en overtredingen. De overige civiele zaken werden gebracht voor de rechtbank in eerste aanleg te Leeuwarden en misdrijven werden gebracht voor het Hof van Assisen te Leeuwarden.

Wat betreft de afschaffing van de heerlijke rechten en het verlies aan inkomsten van de eigenaren van het eiland werd in 1810 tussen het gemeenbestuur en de eigenaren een overeenkomst gesloten. Hierin werd de afgifte van revenuen wegens gestrande goederen, stuivergelden en boetes geregeld. Dit onder aftrek van reeds betaalde plaatselijke belastingen en een lening aan de diakonie door het gemeentebestuur en salarissen. De eigenaren van het eiland betaalden de salarissen van de predikant, de schoolmeester en de koster. Een verdeling van de opbrengst van gestrande goederen werd ook gemaakt. De eigenaren betaalden eveneens een bijdrage aan salarissen van ambtelijk personeel.

Schiermonnikoog telde in 1811: 180 huizen en 1046 inwoners.


Verder naar pagina 4                             
naar bovenzijde pagina

 


 
  pagina 1

  pagina 2
  pagina 3
  pagina 4