|
|
|
Familie
Stachouwer
De familie Stachouwer is eigenaar van Schiermonnikoog geweest
tot 1858. De Heer van Schiermonnikoog was eigenaar van de grond op
het eiland en oefende daarnaast de publieke rechten uit. Hij
bestuurde, had wetgevende en rechtsprekende macht, kon aanspraak
maken op een deel van de gestrande goederen en kon belasting heffen.
Hierover ontstane geschillen tussen de eigenaren en inwoners van het
eiland werden opgelost door de Staten, die de souvereiniteit over
het eiland bezat.
In 1795 werden de heerlijke rechten afgeschaft en verloren de
Stachouwers hun publiekrechterlijke bevoegdheden. De grond van het
eiland bleef wel in handen van de familie.
Het eiland verplaatst zich
Het eiland heeft zich in de loop der eeuwen langzaan in oostelijke
richting verplaatst. Rond 1720 was men genoodzaakt een begin te
maken om het dorp (toen Westerburen genoemd) in oostelijke richting
te verplaatsen. Kerk en huizen werden opnieuw opgetrokken, maar de
'wandeling' van het eiland ging door en rond 1760 bleek een nieuwe
verplaatsing noodzakelijk te zijn en werd de kerk opnieuw
opgetrokken in 'Oosterburen', het huidige dorp Schiermonnikoog. De
verplaatsing van het dorp vond plaats in de periode 1720-1780.
De bevolking (1251 personen in het jaar 1737) leefde hoofdzakelijk
van landbouw en visserij. De visserij was eind 18e eeuw afgelopen,
maar daarvoor kwam de kleine handelsvaart in de plaats.
Het bestuur tot 1795
De eigenaar of heer van het eiland stond aan het hoofd van het
eilandbestuur. De heer werd bijgestaan door een drost, die door de
heer werd benoemd. Deze had velerlei taken. Enerzijds trad hij op
als rentmeester. Hij was belast met het verpachten en verhuren van
landerijen en huizen op het eiland, in de pacht- en huursommen en de
verschuldigde belastingen. Uit de ontvangsten moest hij weer de
traktementen van ambtenaren en reparaties aan gebouwen betalen.
Anderzijds was hij belast met de behartiging van civiele en
criminele zaken. De drost had daartoe zitting in de rechtbank.
Verder had hij een taak in het bewaren van de strandvondsten en het
tegengaan van het leegroven van aangespoelde schepen.
Het bestuur werd verder gevormd door vier burgemeesters en vier
volmachten. De burgemeesters hadden een taak in de rechtspraak en de
volmachten hadden taken op het gebied van broodzetting, turfmeting
en onderhoud van wegen, duinen en bakens. Het bestuur werd
bijgestaan door een door de heer van Schiermonnikoog benoemde
secretaris.
In 1708 werd een nieuw reglement betreffende de belastingen, bestuur
en rechtspraak van kracht. ten aanzien van de verkiezing van
burgemeesters en volmachten werd bepaald dat op nieuwjaarsdag de
inwoners van Schiermonnikoog zestien personen zouden kiezen. Uit
deze zestien werd dan bij loting een nominatie van acht personen
gemaakt, waaruit de heer twee burgemeesters en twee volmachten koos.
De ambtsperiode van de gekozenen was twee jaar.
Rechtspraak tot 1795
Het recht van de criminele en civiele justitie berustte bij de
heer van Schiermonnikoog. Het gerecht op het eiland bestond uit de
heer, de drost (behartigen van alle zaken en het zorgdragen voor de
uitvoer van de vonnissen) en de vier burgemeesters. Daarnaast was er
een procureur-fiscaal (aanklager), een executeur (brenger van
exploiten en een 'veldwachtersfunctie') en een secretaris.
Verder naar pagina
3
naar bovenzijde pagina
|
pagina 1
pagina 2
pagina 3
pagina 4
|