Maak uw keuze

   home

   
  accommodaties
   
  geschiedenis
   
    dorp/bereikbaarheid
   
   bezienswaardigheden   
    vredenhof - bunker wassermann
    vuurtoren -  bezoekerscentrum -
    jachthaven - schelpenmuseum -
    walviskaken - de eendenkooi
   
    nationaal park
   
    bezoekerscentrum
 
   excursies
   
    landschappen/natuur
     wad - polder - westerplas -
     bos - kwelder - duinen -
     strand
   
    activiteiten
   
    verhalen
   
   taal
   
  •  kunstenaars
    en 't eiland
   
    
   
    links / © 2011
   
    mail webbeheerder
   
    inhoudsopgave site
 

 



 
 
   
Standbeeld van een
    Schiere monnik in
    het dorp Schiermonnikoog


 





 




 








     
 




naar bovenzijde pagina

Schiermonnikoog van 1323 tot 1945
Tekst ontleend aan Streekarchief Noordoost Friesland


Klooster Claerkamp

Schiermonnikoog was een uithof van het cisterciënzer klooster Claerkamp bij Rinsumageest. Dat blijkt uit een drietal oorkonden uit 1323, 1440 en 1465.

Schira monika

De cisterciënzers hielden zich voornamelijk bezig met landbouw en met het ontginnen van woeste gronden. De naam van Schiermonnikoog is ontleend aan de schiere, grijze pijen van de conversen of lekenbroeders die op de uithoven van het klooster te werk werden gesteld. In het Fries werden ze de 'schira monika' genoemd.

Oudste oorkonde

De oudste oorkonde waarin de naam Schiermonnikoog wordt genoemd, dateert van 1440. Deze oorkonde is opgesteld door hertog Philips van Bourgondië, graaf van Holland, Zeeland en Hengouwen. In de oorkonde zegt hij het eiland Schiermonnikoog te zullen beschermen in geval van oorlog. Hiermee wordt geduid op de pretenties van de graaf van Holland op Friesland.

De oorkonde uit 1465 heeft betrekking op de verheffing van de kapel tot parochiekerk.

Eigendomsrechten

Uit de drie oorkonden blijkt duidelijk dat de abt en gemeenschap van monniken van het klooster Klaarkamp eigendomsrechten konden doen gelden op het eiland. Waarschijnlijk was het klooster niet de eigenaar van het gehele eiland, maar slechts van dat deel waarop de uithof gevestigd was.

Er zijn van voor 1580 verkopen van grond op het eiland bekend. Tevens was er een gemeenschappelijk weide, waarop bewoners hun vee hielden.

Stachouwers en weidegeld

Vermoedelijk is het eigendom van die weide langzamerhand in handen gekomen van de Stachouwers, de latere Heren van Schiermonnikoog. Deze hebben namelijk in contracten vastgelegd dat bewoners tegen betaling van zogeheten weidegeld gebruik konden maken van de gemeenschappelijke weide.

Karel V

Een deel van Schiermonnikoog is in het begin van de 16e eeuw tot de Domeinen van landsheer Karel V gaan behoren. Uit pachtcontracten uit de eerste kwart van de 16e eeuw, blijkt dat land werd verpacht in verband met het jachtrecht, maar ook accijnzen op wijn. bier en laken werden verpacht. De soevereiniteit over het eiland en de bevolking berustte dus bij de landsheer en werd namens hem uitgeoefend door de stadhouder en de Friese overheid.

Staten van Friesland

Met de reformatie vervielen de kloostergoederen in Friesland aan de Staten van Friesland. Ook Schiermonnikoog viel daaronder. Voor de inkomsten uit kloostergoederen werden ontvangers benoemd, die de inkomsten moesten afdragen aan de ontvanger-generaal. Ook de inkomsten uit Schiermonnikoog werden hieronder geregistreerd. Hieruit werd onder meer het salaris van de predikant betaald.

Het deel van Schiermonnikoog dat tot de domeinen van de landsheer behoorde, kwam na de afzwering van Philips II als landheer in 1581 ook in handen van de Staten. Daarmee was het gehel eiland eigendom van de Staten. Voor het toezicht op de pachters op Schiermonnikoog werd een voogd aangesteld, die naast beheerstaken ook justitiële zaken behartigde.

Schiermonnikoog werd, zoals zovele kloostergoederen ter slechting van landschapslasten en schulden, door de Staten van Friesland verkocht in 1638. Het eiland werd volgens de resolutie van de Staten van Friesland verkocht ´met de landen, het zeerecht (recht op strandvond en recht op een percentage van geborgen goederen uit gestrande schepen), de impositiën (recht om belastingen te heffen) en de civiele en criminele justitie', dus als heerlijkheid, dat wil zeggen: grond en publieke rechten. De soevereiniteit bleef echter bij de Staten van Friesland.

Openbare verkoop

De openbare verkoop begon in augustus 1638 en resulteerde in een aankoop door strijkgeldjagers, Gabe Wiegers Botma (rekenmeester van Friesland) en Hendrik van Marssum (oud schepen van Leeuwarden). Beide heren kregen een koopbrief van de Staten. De Staten gingen er vervolgens vanuit dat de beide heren als strijkgeldjagers wel van de koop wilden afzien en verkochten vervolgens de heerlijkheid nog in 1638 aan Johan Stachouwer, maar deze kreeg geen koopbrief omdat de beide strijkgeldjagers hun koopbrief niet hadden geretourneerd. Zij leverden hun koopbrief niet in bij de Staten, maar verkochten in 1639 Schiermonnikoog aan Pieter Bauckes Houckema, burger en koopman in Leeuwarden. Deze verkreeg aldus de koopbrief.

Houckema ontwikkelde plannen voor een agrarische exploitatie van het eiland en liet daarvoor ondermeer een groot huis met een aantal schuren bouwen (later met de naam 'Binnendijken'). Echter, zijn slechte gezondheid bracht hem er toe het eiland te verkopen voordat zijn plannen werden voltooid.

Koopbrief

Stachouwer verzocht in 1640 de Staten om afgifte van de koopbrief. De Staten verwezen hem door naar Houckema. Deze was niet in staat om de laatste termijn van de koopsom aan Botma en Van Marssum te voldoen en besloot alsnog de heerlijkheid aan Stachouwer te verkopen indien deze aan beide zijn laatste termijn zou betalen.

Houckema leverde echter de koopbrief ook niet aan Stachouwer vanwege belastingproblemen. Stachouwer betaalde Houckema niet, maar nam wel bezit van de heerlijkheid door het huis van Houckema op Schiermonnikoog te bezetten en zich aan de inwoners voor te stellen als 'Heer van Schiermonnikoog'.

Heer van Schiermonnikoog

In 1640 gaven de Staten aan Stachouwer op zijn verzoek een koopbrief met als datum 1 november 1638. Deze koopbrief mocht Stachouwer echter alleen gebruiken als bewijs van eigendom, nadat hij de beide overige koopbrieven in bezit had gekregen. Dit is nooit gebeurd. Desondanks bleef Johan Stachouwer op het eiland als 'Heer van Schiermonnikoog'.

In 1643 werden de eigendomsrechten van Stachouwer op Schiermonnikoog betwist door Boudewijn de Blije, zoon van Pieter Bauckes Hoeckema, die daarvoor bij het Hof van Friesland procedeerde. Uiteindelijk vonniste het Hof in 1646 in het voordeel van Stachouwer. Hij moest weliswaar de schade veroorzaakt bij de bezetting in 1640 van het huis van Houckema vergoeden, maar het Hof vond dat voldoende bewezen was dat Schiermonnikoog door Stachouwer van Houckema was gekocht. Stachouwer moest alleen nog het resterende deel van de koopsom betalen.



Verder naar pagina 2                                     naar bovenzijde pagina

 


 
  pagina 1

  pagina 2
  pagina 3
  pagina 4