Maak uw keuze

   home

   
  accommodaties
   
    geschiedenis
   
    dorp/bereikbaarheid
   
 bezienswaardigheden   
    vredenhof - bunker wassermann
    vuurtoren -  bezoekerscentrum -
    jachthaven - schelpenmuseum -
    walviskaken - de eendenkooi
   
    nationaal park
   
    bezoekerscentrum
 
   excursies
   
    landschappen/natuur
     wad - polder - westerplas -
     bos - kwelder - duinen -
     strand
   
    activiteiten
   
    verhalen
   
   taal
   
  • kunstenaars
    en 't eiland
   
    
   
    links / © 2011
   
    mail webbeheerder
   
    inhoudsopgave site




 


beeld van walvis voor de
Inspecteur Boelensschool





deurklopper bij één van de
eilander huizen

 


houten walvis onder de gevelnaam van de Inspecteur Boelensschool
 

 

 







 


Andere beziens-
waardigheden: 
 
bunker
vredenhof
vuurtoren
bezoekers-
   centrum
schelpen-
   museum
jachthaven
eendenkooi








































      










 

WalviskakenDe kaken in de Willemshof zijn de onderkaken van een blauwe vinvis die 32 meter lang was.

In het centrum van het dorp staan de walviskaken. Ze getuigen van een periode dat Schiermonnikoog veel met de walvisvaart te maken had.
 
Vlak na de Tweede Wereldoorlog was er gebrek aan alles in het land. Er was vooral behoefte aan olie en vetten. Er paar kopstukken in Amsterdam hadden besloten om walvissen te gaan vangen. En zo werd de 'NV Nederlandse Maatschappij voor de Walvisvaart' opgericht.
 
Er werd een tanker gekocht die werd verbouwd tot een fabrieksschip waar de walvissen konden worden verwerkt. Het schip voer onder de vlag van maatschappij Vinke & Co.
 
De eerste expeditie vertrok in oktober 1946 naar de zuidpool. Een expeditie bestond uit het moederschip, de Willem Barendsz (foto onder) en een stuk of zeven jagers. De jagers waren uitgerust met een harpoenkanon waarmee de walvissen werden geschoten. De geschoten walvissen werd naar het moederschip gebracht om daar te worden verwerkt.

 
 
De eilander Klaas Visser is lange tijd de kapitein geweest van de Willem Barendsz (foto boven). Door zijn bemiddeling konden veel eilanders aanmonsteren op het schip. Voor veel gezinnen was dat erg belangrijk want na de Tweede Wereldoorlog was er weinig werk op het eiland. Bovendien werd er op de walvisvaart goed verdiend omdat men een premie kreeg op elk vat olie. Op een gegeven ogenblik hadden wel 35 gezinnen hun belangrijkste inkomsten uit de walvisvaart.
 
De expeditie duurde 7 maanden; de Willem Barendsz vertrok in oktober 1946 met 380 bemanningsleden. Via Curaçao en Kaapstad ging men naar het zuidpoolgebied.
 
Na een wat moeizaam begin beleefde de walvisvaart in de periode tussen 1948 en 1954 gouden tijden. De hoogste opbrengst werd bereikt in het seizoen 1951-1952 met een bedrag van meer dan 21 miljoen gulden.
 
De eilander bemanningsleden vertrokken in oktober en keerden in april weer terug.
Bij terugkeer vonden ze allemaal wel een baantje op het eiland want het toeristenseizoen begon. Zo hadden vele gezinnen een goed bestaan.
 
Omdat er steeds meer landen op walvissen gingen jagen liep hun aantal snel terug.
Bovendien werd er in de wereld meer olie geproduceerd uit andere grondstoffen zoals aardnootjes. De prijs van walvisolie kelderde. Tussen 1910 en midden jaren zestig zijn er 330.000 blauwe vinvissen tot smeerolie, margarine, veevoer, kunstmest en schoonheidsmiddelen verwerkt. De laatste reis van de Willem Barendsz was in het seizoen 1963-1964.
 
2 augustus 1951 De kaken in de Willemshof zijn de onderkaken van een blauwe vinvis die 32 meter lang was. De kaken hebben een gewicht van 1500 kilo. Ze zijn meegenomen door de eilander Klaas Visser in 1950 en cadeau gedaan aan het eiland. Visser was kapitein van de Nederlandse walvisvaarder Willem Barendsz (foto boven)

Een jaar lang hebben de kaken achter de zeedijk gelegen om ze te laten uitbleken en het vet kwijt te raken. Op 2 augustus 1951
(foto links) hebben ze hun plek gekregen in de Willemshof waar ze nu nog steeds staan.

Later zijn ze geïmpregneerd omdat ze poreus waren geworden door weer en wind. Tot op de dag van vandaag vertellen ze het verhaal van de walvisvaart.
 Een plaquette op één van de kaken bij de Willemshof geeft een toelichting.

    


De blauwe vinvis
(tekening boven) is een walvis en het grootste dier op aarde: het vrouwtje kan maar liefst 33 meter lang worden en 120.000 kilo wegen. De blauwe vinvis is groter dan de allergrootste dinosaurus ooit was! De tong van een blauwe vinvis weegt net zo zwaar als een Afrikaanse olifant. NB: Klik op de foto voor het geluid van de blauwe vinvis.


Nederlanders en de walvisvaart

Schilderij uit het Maritiem Museum Rotterdam

Nederlandse walvisvaarders op Spitsbergen omstreeks 1900, op een schilderij van
Abraham Storck. Op de voorgrond wordt een walvis met harpoenen belaagd; andere zeelui proberen ijsberen te verjagen.
(Maritiem Museum Rotterdam)

In de 17e eeuw was op Spitsbergen (in 1596 ontdekt door de Terschellinger stuurman Willem Barendsz) het Nederlandse walvisstation Smeerenburg, samen met de stations op Jan Mayen-eiland in de Groenlandzee, het centrum van de walvisvaart, een belangrijke economische activiteit in de republiek der Verenigde Nederlanden. In de Gouden Eeuw steeg door groeiende welvaart en de hang naar luxe de vraag naar oli
ën en vetten. Bovendien slonk het areaal oliehoudende gewassen zoals koolzaad en hennep omdat de boeren in Nederland vanwege de hoge prijzen overgingen op graanbouw. Walvistraan bood een goed alternatief en werd gebruikt als lampolie, voor de zeepziederij en de leer- en wolbewerking. Later werden de balleinen van de walvis vanwege hun elasticiteit gebruikt in kledingsstukken: in kragen, korsetten en hoepelrokken.

 

naar bovenzijde pagina                   terug naar pagina bezienswaardigheden