|

Nadere
informatie
Koude winters en het Waddengebied
Waddenzee en ijs
Het zeewater van de Waddenzee bevriest bij
temperaturen van -2° Celsius en lager. Het
duurt echter lange tijd voordat de 'hele'
Waddenzee is dichtgevroren en er over het
ijs naar de eilanden kan worden gelopen. De
laatste keer dat dit kon was in de winter
van 1995/96. Er kwam net geen
Elfstedentocht, maar het bleek wel mogelijk
om, vele wakken ontwijkend, lopend over het
ijs naar Ameland en Engelsmanplaat te gaan.
Winter 1996/1997
De volgende winter, die van 1996/97, was er
na ongeveer twee weken strenge vorst wel een
Elfstedentocht. De Waddenzee was toen echter
lang niet dichtgevroren. Wel lag er veel
drijfijs, wat bij laagwater deels op de
droogvallende wadplaten kwam te liggen.
Andere strenge winters
1962/1963
Tijdens de strenge winter van 1962/63 leek
de Waddenzee een poolzee. Zelfs bij
hoogwater was het mogelijk over het ijs naar
Schiermonnikoog en Ameland te lopen.
Om personen, post en de broodnodige
dingen van en naar het eiland te brengen
werden er vliegtuigen ingezet.

Het strand was vlak en hard genoeg voor de
vliegtuigen om er te landen, maar als er
sneeuw op de landingsbaan lag moest dit
verwijderd worden. Dit werd gedaan met de
sneeuwschuiver (foto boven).
Om de sneeuwschuiver voldoende gewicht te
geven, gingen er een aantal personen op
zitten.
1928/1929
In
de winter van 1928/29 werden per auto
tochten over het ijs naar Schiermonnikoog
gemaakt. Hotel van der Werff moedigde
dergelijke ondernemingen toen aan en bood de
overstekers een warm verblijf in het hotel
aan.
1953/1954
In de winter 1953-1954
(foto onder) was het begin januari
niet meer mogelijk om naar Schiermonnikoog
te varen.

Zout ijs
Zee-ijs gedraagt zich anders dan ijs op
kanalen en meren. Het zoute ijs is vrij
zacht. Op 'zoet' ijs kun je schaatsen als
het ongeveer zeven cm dik is. 'Zout' ijs
daarentegen moet wel 20 cm dik zijn voordat
een volwassen mens er op kan lopen.
Schaatsen is er vrijwel nooit bij, de ijzers
zakken in het zachte ijs weg. Bovendien is
het oppervlak vaak zo oneffen dat er niet te
schaatsen valt.
IJs-wadlopen

|
De vloed brengt twee keer per dag relatief
warm zeewater mee. Dit kan door de ijsvelden
heen breken en het overstromen. Vervolgens
kan dit water weer bevriezen waarbij een
betrekkelijk vlakke ijsvloer ontstaat. Ook
kan het vloedwater een ijsvloer optillen en,
bij winderig weer, in stukken doen breken.
Schotsen kunnen gaan kruien waarbij soms
meters hoge 'kistwerken' ontstaan. Soms
bestaat het ijs plaatselijk uitsluitend uit
fijne schilfertjes, waar je volledig in
wegzakt en tot je middel in terecht kan
komen. |
Bij eb stroomt het water terug richting
Noordzee. Bij zware ijsgang kunnen de geulen
en prielen waardoor het water anders
wegstroomt zijn afgedamd. Het ebwater snijdt
dan nieuwe geulen en prielen uit op plaatsen
waar je dat niet gewend bent.
Onder vast ijs blijft dikwijls water staan,
ook op plekken die anders, als er geen ijs
is, de uren rondom laagwater meestal droog
staan. Dat betekent dat als je er doorheen
zakt, je toch natte en (erg) koude voeten
kunt krijgen. Bij minder strenge vorst
liggen hier en daar ijsveldjes waar je om
heen kunt lopen.

IJs-wadlopen en oriëntatie
De oriëntatie onderweg kan lastig zijn: de
vaste herkenningspunten zijn bedekt met ijs.
Geulen kunnen zijn dichtgevroren,
mosselbanken bedekt met ijs, tonnen in de
vaargeul soms kilometers verplaatst.
Plaatselijk kan het ijs erg glad en hobbelig
zijn, bij harde wind valt het soms niet mee
op de been te blijven. Als het eenmaal weer
gaat dooien is het ijs van de droogvallende
platen opvallend snel weer verdwenen.
Al met al dus een buitengewoon dynamisch
gebeuren! Het kan voorkomen dat je op de ene
dag het wad op een bepaalde plaats verkend
en dat als je er de volgende dag weer komt,
het ijslandschap volledig is veranderd.
Uiterste voorzichtigheid bij het ijs-wadlopen
is dus geboden.
> lees ook het verhaal over de luchtbrug
naar het eiland (klik).
Bron: www.wadgids.nl en Digitale Dorpsbode
|