|
|
terug naar overzicht
van verhalen

naar bovenzijde pagina
naar bovenzijde pagina
naar bovenzijde pagina
naar bovenzijde pagina
naar bovenzijde pagina
|
Uit het leven van
een vuurtorenwachter
Door: Ineke Noordhoff
(2004)

Hendrik Perdok
(foto)
is 30 jaar lang vuurtorenwachter geweest op
Schiermonnikoog. Op 29 februari 2008 draaide
hij zijn laatste dienst, want hij ging met
pensioen. Ineke Noordhoff
portretteerde hem - en zeventien andere
bewoners van de waddeneilanden - in haar boek
‘Zee Rondom’.
|
|
Badgasten
Badgasten, die bij de vuurtoren van Schiermonnikoog bijna altijd te
vinden zijn, kijken gebiologeerd naar de figuur die de deur van de
helrode vuurtoren opent en zijn fiets naar binnen rijdt. De zware
stalen deur onder in de Noordertoren blijft voor bijna iedereen
hermetisch dicht.
Vuurtorenwachter Hendrik Perdok is zich bewust van het publiek: dit
is één van de weinige momenten waarop hij wordt gekend in functie.
Voor zeelui die met hem te maken hebben, is hij een bekende stem.
Maar op straat zouden ze hem niet herkennen.
Eenzaamheid
Hendrik Perdok doet zijn werk in volstrekte eenzaamheid, 44 meter
boven land en zee. Hij zit tussen vijf beeldschermen, maar kijkt er
vooral langs en overheen door de ramen rondom. Aan de horizon over
de Noordzee trekken op de route Eems - Texel grote schepen voorbij:
olietankers en containerschepen met voedsel of auto's.
Ten zuiden loopt mijlenver de Waddenzee tot ze eindigt op de
Deltahoge dijken van Groningen en Friesland. Vanuit zijn hoge post
volgt Hendrik de activiteiten op het water en zijn eigen gedachten.
Alom tegenwoordig zijn de bewegingen van het landschap. Iedere zes
uur stroomt 300 miljoen kubieke meter water onder de vuurtoren door
van de zee het wad op, om de volgende zes uur weer via datzelfde
zeegat tussen Schiermonnikoog en Ameland terug te stromen. Die
enorme sloot water sleurt schelpen, vissen en zand met zich mee.
Vooral veel zand.
Hendrik raakte erdoor gebiologeerd. ‘Je weet nooit wat er gebeurt.
Soms, na een storm, zit je te kijken en zie je ineens: verrek, dat
gat bij die zandbank is een he el stuk opgeschoven. Dan kan het echt
om meters tegelijk gaan.’
De oevers van geulen en prielen worden aan de ene zijde afgeschuurd,
aan de andere kant blijft er nieuw zand liggen. Genoeg beweging om
schepen ontijdig te laten stranden of om bewoners te verrassen.
Schier wandelt bijna drie kilometer per eeuw naar het oosten. In de
loop der tijden verdwenen dorpen als Westerburen, Hoogdorp en De
Dompen in de golven.
Nachtwacht
Tijdens de nachtwacht vallen de beelden grotendeels stil. Slechts de
radar verraadt dat er leven op zee is. De vuurtoren van Ameland
knipoogt met monotone regelmaat. Alleen in het donker, urenlang.
‘Daar moet je tegen kunnen.’ De draaiende optiek
bovenin laat vier schitteringen per twintig seconden over het
landschap glijden.

Perdok kijkt er graag naar: ‘Ik kan heel goed tegen
de eenzaamheid.’
De vuurtorenwachter zit op een draaistoel. Hij straalt rust uit.
Zijn gelijkmatig licht gebruinde gelaat steekt uit boven een zwarte
col. Daaronder spichtige lange benen in een zwarte broek. Hij
beweegt beheerst, bijna traag. Hij rookt het zelf gedraaide
sigaretje zonder zichtbare gretigheid. Zijn ogen bestrijken het
landschap. Uur na uur zit hij daar. Onverstoorbaar.
Compenseren
Hoe hij dat volhoudt? ‘Ik compenseer.’ Hij laat de woorden even
inwerken voor hij ze verklaart. ‘Ik ga elke week naar de biljartclub
en regelmatig naar lezingen of bijeenkomsten in het dorp. Laatst ben
ik bij de vergadering geweest van Dorpsbelangen. Na de pauze kwam er
iemand vertellen over het lichten van de Koersk. Dat vind ik
interessant.
Nou, en verder ga ik wel eens naar het café. Op zaterdag aan het
eind van de middag komen we met wat eilanders bij elkaar. Aan de
stamtafel bij Van der Werff nemen we dan de week door.’ Daar laaft
hij zich aan het bier en de mensen. De bewoners hangen aan de toog
of zitten met een halve bil op het biljart. Er wordt levendig
gepraat. Met de alcoholspiegel in het bloed stijgt het stemvolume.
‘Er wordt vaak gelachen. Er is heel veel humor op dit eiland. Maar
er wordt ook gediscussieerd. Dat gaat er soms heftig aan toe, maar
ruzie wordt het niet gauw, dat zit een beetje ingebakken. Je kunt
het best oneens zijn met elkaar, maar je kiest geen harde
opstelling. De volgende dag sta je immers met de collectebus voor de
deur, of ontmoet je elkaar weer bij de biljartclub. Je moet eerst
nadenken voor je een grote bek opentrekt. Het is op het eiland leven
en laten leven. Om hier te aarden moet je vergevingsgezind zijn.’

Gemakkelijke
types
Hendriks moeder is geboren en getogen op het eiland. Zij voltooide
onlangs een boek met dertigduizend verschillende Schiermonnikoogse
woorden. Hij beheerst het eilander dialect dan ook goed. En hij kent
de eilanders.
‘Schiermonnikogers zijn gemakkelijke types. Je kunt zo bij ze
terecht. Ze zijn open. Dat komt, denk ik, omdat hier van oudsher
veel zeevarenden zijn. En nu dus veel toeristen. Daardoor gaan de
inwoners gemakkelijk om met vreemdelingen.’
Zeevaartschool
In de traditie van het eiland koos hij voor de zeevaartschool. Ook
zijn broer en één van zijn zoons gingen die weg. Omdat de
zeevaartschool op het eiland
(foto rechts)
in de crisisjaren dertig werd opgeheven, moest hij voor
die opleiding verkassen naar Terschelling. Maar hij
keerde terug naar huis. Tijdens verlof tussen twee
zeereizen nam hij waar voor een zieke vuurtorenwachter.
Dat beviel zo goed dat hij, nu al weer twintig jaar
geleden, op het eiland bleef.
Zijn vrouw, uit het Westland, raakte goed ingeburgerd. Ze hebben het
er soms over hoe het zou zijn om op de wal te wonen. Jarenlang
dreigde immers ontslag voor de
bemanning van de zeeverkeerstorens: de minister wilde de
posten sluiten.
|

De zeevaartschool
in 1930.
|
Alleen de lichttorens van Schier, Terschelling en Ouddorp
(Zuid-Holland) hebben nu nog een 24-uurs-bezetting. ‘Als het echt
moet, dan zou ik wel naar de wal gaan om ander werk te doen, maar ik
word dan wel een pendelaar. Ik blijf hier wonen.’ (Half juli van
2004 besloot minister Peijs van verkeer en waterstaat dat de torens
van Schiermonnikoog en Terschelling voorlopig bemand blijven, red.)
Ruimte
Hij is gehecht aan het eilandleven. Bedachtzaam formuleert hij
waarom: ‘De ruimte van het wad, water alom. Ik heb een tijd een
bootje gehad. Lekker zwerven over het wad. Dat wil ik wel weer in de
toekomst.’ Met de hond wandelt hij veel in de duinen en op het
strand. ‘Toeristen komen hiernaar toe omdat ze verwachten dat het
hier leuk zal zijn. Zo kijken ze dus ook naar ons; wij mogen hier
altijd zijn.’
Hij relativeert direct: ‘Zo heel bijzonder is het wonen op een
eiland nou ook weer niet. Er zit een bootreis tussen van nog geen
uur. We hebben hier op het eiland ook tv en een pinautomaat. Wel is
het zo dat je door al die vakantiegangers meer met de seizoenen
leeft. Aan het einde van de winter zeggen we tegen elkaar:
“Gelukkig, de zomer komt er weer aan.” Dan komt de boel weer tot
leven.’ Maar het ligt ook wel eens omgekeerd: ‘Aan het einde van de
zomer verzuchten we: “Hè hè, even geen drukte.” Of op zondagavond
als de laatste boot weg is, heerlijk. Nog even op het terras als
iedereen weer naar huis is, en wij blijven omdat we hier wonen.’
Toerisme
De eilanders beseffen heel goed dat ze voor negentig procent
afhankelijk zijn van het toerisme. Er zijn maar enkele beroepen die
daar niet mee te maken hebben. Jongeren van de wal komen hierheen om
te werken zodra ze een dienblad vast kunnen houden. Veel
oorspronkelijke bewoners trekken weg, daardoor krijg je verwatering
van de eilander cultuur. Klozum, ons eigen sinterklaasfeest, doen we
expres niet in het weekend - dan zijn er minder toeristen bij.
De torenwachter komt met gemak aan zijn portie afzondering. Wel
maakt hij zich steeds meer zorgen over de stroom mensen van en naar
de boot. ‘De sfeer in het dorp wordt verpest door die ronkende
tegelijk vertrekkende bussen en taxi's om de mensen naar de boot te
brengen. Het zou mooier zijn als de veerboot ter hoogte van het dorp
wegvoer van de dijk.’ En dat net als vroeger hotel Van der Werff
weer kon fungeren als wachtlokaal van de veerdienst.
Vanuit de vuurtoren is te zien waarom de veerboot aanlegt bij de
pier enkele mijlen buiten het dorp: daar loopt de vaarroute. Tot
1962 werd een smallere geul gebruikt, dichter bij het dorp. Maar die
slibde dicht.
‘Het zou voor het hele eiland beter zijn als de boot bij het dorp
aanmeert. Je moet natuurlijk een vaarroute uitbaggeren en dan krijg
je de hele milieubeweging op je dak. Maar we zouden het toch op zijn
minst kunnen onderzoeken. De overlast die je in het dorp ervaart,
neemt toe. Veel mensen storen zich daaraan.’
Stichting It
Eilaun
Zijn eigen ergernis over de toenemende overlast komt afgepast naar
buiten. Maar klaarblijkelijk zitten de zorgen om de toekomstige
sfeer in de straten van Schiermonnikoog hem toch dwars. Hij kwam in
beweging. Met enkele anderen richtte hij de stichting It Eilaun op.
Een beweging die de eigenheid van Schiermonnikoog centraal stelt. De
stichting wil dat er fundamenteler wordt nagedacht hoe de schoonheid
van het eiland behouden kan worden onder de uitdijende stroom
badgasten.
‘Spiekeroog heeft met geld van de Europese Unie de veerhaven verlegd
naar een kom bij het dorp. Iedereen loopt daar van de boot naar het
dorp of strand. Hier is het de andere kant op gegroeid. Wij hebben
de wegen breder gemaakt toen er meer mensen kwamen omdat de steiger
te ver weg is. Dat is jammer.’
Marifoon
De marifoon begint te kraken. Hij controleert de schermen en meldt
de schipper van Rijkswaterstaat dat er een motorkruiser bij een
zandbank ligt en een zeilschip is drooggevallen. De vuurtorenwachter
besluit zijn bericht met: ‘Goede binnenkomst.’
Het weer is rustig, maar het tij kan verraderlijk zijn. Wie niet
gewend is te varen op de Waddenzee, kan zich niet voorstellen hoe
lastig het voortbewegen is over de ondiepe zee. Wad dat doorsneden
wordt door geulen vol snel stromend water dat soms een
onbegrijpelijke kant op beweegt omdat er een eiland omzeild moet
worden.
‘Ik kijk voor de lol om me heen. Het is hier altijd mooi, of het nou
stralend weer is, plenst, bliksemt of dondert. We hebben hier één
keer een zware blikseminslag gehad. Dat was wel eng, maar je zit
hier veilig, hoor; de toren werkt als een kooi van Faradai. De
stopcontacten vlogen van de wand af en de meterkast was verkoold.
Het is de enige keer in de twintig jaar dat ik hier zit, dat het
spul stilstond. We hebben toen twee dagen een dooie toren gehad.’
Hij wijst naar de ramen rondom: ‘Dit is een
twintig-seconden-panorama. Ik ben echt bevoorrecht, dit is het
mooiste kantoor.’
Rituelen
Zijn werk kent vaste rituelen. ‘Zondagnacht om twaalf uur, dan zie
je de hele vissersvloot uitvaren. Dat is een prachtig gezicht.’ En
hij kent ze allemaal - via de marifoon. ‘Donderdag en vrijdag komen
ze terug, dan zie je ze weer binnenvaren.’ Vaak wisselen ze even wat
bijzonderheden uit. Maar als er niets te melden is, volgt hij de
boten met zijn ogen. En daar laat hij het bij.
Zwaar weer |
 |
Als het zwaar weer is, wordt het werk op de lichttoren
avontuurlijker. Hij kent de weersverwachtingen en weet hoe de golven
en stromingen een schip kunnen meeslepen. ‘Soms is de reddingsboot
al onderweg nog voor de mensen zelf in de gaten hebben dat het mis
is.’
In de loop der jaren ontwikkelde hij een soort intuïtie. Alsof er
voelsprieten over de zee maaien. ‘Door ervaring weet je waar je moet
kijken.’
Mensen hebben tegenwoordig meestal goede apparatuur aan boord.
Daardoor is varen op het wad gemakkelijker. Toch worden er
regelmatig mensen in paniek uit het gebied gehaald. Hun schip kwam
in problemen, of het zuigende zand trok wandelaars het slik in.
‘Door de mobiele telefoon maak je nu mee dat mensen zichzelf melden
als er iets aan de hand is. Wij kunnen ze dan aanwijzingen geven hoe
naar de wal te komen.
Gerust
stellen
Mijn rol is om mensen gerust te stellen en zaken te weten te komen.
Ik meld bijvoorbeeld via de marifoon: “We hebben uw schip op de
radar. We zien u.” Dat geeft vaak al een beetje rust. Dan vraag ik:
“Hoeveel mensen zijn er aan boord?” Of “Heeft u een zwemvest aan?”
Zo kun je mensen wat kalmeren.’
Een ongeluk op zee, zeker in vliegende storm, geeft natuurlijk
enorme stress, ook bij de wachter op de toren die alles ziet en de
actie coördineert. ‘Die spanning hoort erbij,’ is alles wat hij
daarover kwijt wil. Niemand weet hoe vaak er zweetdruppels
verschijnen op zijn voorhoofd. ‘Als de mensen en hun boot in
veiligheid zijn, geeft dat voldoening. Wanneer het minder afloopt,
is het belangrijk dat je weet dat je er alles aan gedaan hebt.’
Zo nabij als het contact tussen schipper en vuurtorenwachter in die
bange uren kan zijn, toch gebeurt het maar zelden dat zeelieden of
geredde wandelaars later iets van zich laten horen. Daarvoor blijven
de lichtwachters kennelijk toch te veel redders zonder een gezicht.
Na zijn dienst loopt Hendrik de acht stalen trappen af die tegen de
binnenkant van de vierenveertig meter hoge betonnen kokerwand zijn
gebouwd. Dan trekt hij de zware gietijzeren deur achter zich in het
slot en gaat op weg naar de mensen.
Boek: Zee Rondom
Uitgeverij:
Atlas, 190 blz. € 16,50
Ineke Noordhoff is freelance journalist. Ze werkte bij De
Volkskrant, Trouw en was adjunct-hoofdredacteur van het Nieuwsblad
van het Noorden.

terug naar overzicht van verhalen
naar bovenzijde pagina |
|