|
|
terug naar overzicht
van verhalen

|
Vlotten
bouwen...
Herinneringen aan de Westerplas
Door Sytze Schut
Westerkwelder
De Westerplas bestaat nog geen 45 jaar. Vóór 1964 was dit gebied een
kwelder waardoor een slenk stroomde die tot ver naar het westen
liep. Het water van de Waddenzee stroomde elke dag bij vloed tot
achter in dit prachtige kweldergebied. Bij stormweer en springtij
stond het water tegen de hoge duinen aan waarover nu het schelpenpad
rond de Westerplas loopt.
Zeeslag
Een schitterend gebied voor spelende jongens. Wij hadden daar
destijds onze eerste 'jachthavens'. Twee stuks. Eén van de openbare
school en één van de 'Badwegschool'. Vlotten bouwen was een
spannende bezigheid en tussen de scholen werd regelmatig een zeeslag
geleverd.
Wegenbelasting
Zeilen met een vlot richting de oude steiger was ook altijd een
uitdaging. Als je dan rond boottijd op de steiger kon komen, had je
20 cent wegenbelasting uitgespaard. Dat moest je namelijk vroeger
betalen aan Harm Kruier of Willem Dijk. Aan het begin van de veerdam
moest je altijd bij één van beide heren een kaartje kopen. Zonder
kaartje kon je niet de steiger op.
Tegenover de wegenkaartjeskiosk, die oostelijk van de veerdam stond,
had Manes Visser een kleinere kiosk. Bij hem kon je in de
zomermaanden een bootkaartje kopen. 's Winters kocht je een
bootkaart in de kiosk bij Daan Sijtsma tegen 'De Halte'.
Manes was
niet al te groot en had weinig gevoel voor humor. Toen ik dan ook op
een keer een dikke stok tegen de deur van zijn hokje had gezet en
hij er niet meer uit kon komen, moest ik dat 's avonds netjes bij
hem thuis opbiechten en mijn vader was weer een tijdje een klant
kwijt.
Mis
Soms ging het zeilen op Waddenzee mis. Zoals op die dag dat wij bij
springtij afdreven en ontdekten dat de vaarboom (een lange kromme
stok) te kort was om terug te bomen. Wij dreven af de Waddenzee op.
Maar gelukkig wist Riekert Visser ons op te vangen en met een klap
van de pikstok op je kop moest je beloven voortaan niet meer de
slenk te verlaten.
Toestemming
tot inpolderen
Naast vlotje varen werd er in dit kweldergebied ook veel gevist, kon
je samen met Thomas Jaski kievitseieren zoeken en waren er grote
kolonies zilvermeeuwen. Daarnaast liet Johannes van Dijk zomers zijn
koeien op de kwelder grazen. Maar omdat bij dikke tijen water deze
kwelder ook in de zomer onder water kon lopen, moest Johannes samen
met zijn broer Renze het vee vaak binnendijks halen. Om hier een
einde aan te maken en om de mogelijkheid te hebben het vee ook in de
herfst langer buiten te kunnen laten, vroeg en kreeg Johannes
toestemming van Domeinen om deze kwelder in te polderen. Het vee kon
dan de hele zomer en herfst op de kwelder blijven en Johannes kon
het binnendijkse land gebruiken voor de hooioogst.
Levenswerk
Die inpoldering werd het levenswerk van Johannes van Dijk. Hij moest
de slenk afdammen en een zomerdijk aanleggen tussen de groene
zeedijk en de strodijk die in het zuidwesten lag. Met een soort
laadschep waaraan een lange steel zat, waarmee Johannes een beetje
kon sturen, heeft hij duizenden tochtjes gemaakt. Getrokken door het
paard Frits werd er met deze schop per keer nog geen kwart kuub zand
verplaatst. het was een heidens karwei.
In de zomer van 1951 werd een eerste proefstuk aangelegd. Toen dit
de winter goed doorkwam, ging Johannes in het voorjaar weer aan de
slag. Harm en Karel Sliep hebben nog een tijdje geholpen en ook Van
gennep, de pensionhouder, en Bolthuis, de meteropnemer, boden hun
hulp aan.
De zanddijk werd van een laagje klei voorzien en daarna afgedekt met
plaggen. Omdat het een zomerdijk betrof en er in de herfst en winter
zeker tijen zouden komen die over de dijk heen zouden gaan, werd er
ook een afwateringssluisje gemaakt. Hierbij kreeg Johannes hulp van
Nicolaas Tilstra, de oud-opperman van aannemer Hooghart.
Johannesdijk
De Johannesdijk werd op 17 april 1952 officieel geopend
door burgemeester Anker. Met het opendraaien van de
sluis, zodat het kwelderwater naar buiten kon stromen,
was de Johannespolder een feit. Bij deze gelegenheid
werd aan Johannes een oorkonde uitgereikt met de
volgende tekst: |
 |
Wegens
het op eigen initiatief en met taaie
volharding zelfstandig bedijken van de
zuidwestelijke kwelder alhier.
Burgemeester en wethouders
|
|
Storm
Lang heeft de dijk het niet gehouden. Tijdens de zware
februaristorm van 1953, dus nog geen jaar later, sloeg er een
groot en diep gat in de dijk. Dit werd 'Het Kattegat'. Hier
hebben heel wat eilander kinderen hun 'Kwelderzwemdiploma'
gehaald. De kwelder bleef tot 1964 open liggen voor eb en vloed.
Nieuwe
steiger
In 1961 werd begonnen met de aanleg van de nieuwe steiger. Deze
kwam een paar kilometer ten oosten van de oude steiger (de
huidige jachthaven) te liggen. De oude steiger kon alleen met
hoog water worden bereikt. De boot voer dus nooit op dezelfde
tijd. In ieder huisgezin had men een bootboekje waarin je elke
dag kon zien hoe laat je van het eiland af kon.
Een paar keer per maand kon je 's morgens weg 's avonds weer
terug. Dat werd dan 'een dubbele boot' genoemd. Dan ging men
eerst naar de wal voor een nieuwe bril, voor het passen van een
corset, voor het happen voor een nieuw gebit of alledrie
tegelijk.
Winter
van 1961/1962
Tijdens
de bouw van de nieuwe steiger brak in de winter van 1961/1962 de
grote zeedijk door en stond de Banckspolder helemaal onder water
(foto
onder).

Rijkswaterstaat besloot in twee fases een nieuwe geasfalteerde
dijk aan te leggen. het eerste deel ten westen van de nieuwe
steiger en het jaar daarop ten oosten daarvan. In 1964 werd de
Westerkwelder afgesloten door de aanleg van een hoge zandrug
tussen de nieuwe asfaltdijk en de bestaande strodijk. Deze
zandrug werd afgedekt met een laag löss die uit Noord-Brabant
werd aangevoerd. Op deze zanddijk is later de bank van Banck
gebouwd.
Bron: Sytze Schut in
'De Dorpsbode' (15/9/06).

terug naar overzicht van verhalen
naar bovenzijde pagina |
|