Maak uw keuze

   home

   
  accommodaties
   
    geschiedenis
   
    dorp/bereikbaarheid
   
   bezienswaardigheden   
    vredenhof - bunker wassermann
    vuurtoren -  bezoekerscentrum -
    jachthaven - schelpenmuseum -
    walviskaken - de eendenkooi
   
    nationaal park
   
    bezoekerscentrum
 
   excursies
   
    landschappen/natuur
     wad - polder - westerplas -
     bos - kwelder - duinen -
     strand
   
    activiteiten
   
  verhalen
   
   taal
   
  •  kunstenaars
    en 't eiland
   
    
   
    links / © 2011
   
    mail webbeheerder
   
    inhoudsopgave site
 


terug naar overzicht
van verhalen

 
Een eilander die niet jut...
                           daar is iets mis mee"

Tekst
: J. Visscher

Pakketjes drugs heeft Theun Talsma op Schiermonnikoog nooit gevonden, mooie partijen hout des te meer. "Een eilander die niet jut, daar is iets mis mee."

Kraakhelder is het op Schiermonnikoog. Nachtvorst heeft voor een miniem laagje ijs op de sloten gezorgd. Duizenden rotganzen bevolken de uitgestrekte weilanden van het eiland.

„'t Is een prachtige dag”, zegt Theun Talsma, terwijl hij z'n Landrover door de duinen loodst. Strand in zicht, kilometers lang. Langs de verlaten kustlijn trippelen scholeksters. Steltlopers pikken in het zand.

Geregeld struint Theun met zijn terreinwagen het strand van Schiermonnikoog af. Op zoek naar bruikbaar spul. Komt de wind uit het noorden, dan heeft de jutter de meeste kans. „Geef ons maar een noordwester, kracht 10”, zegt Talsma. „ Dan spoelt er nog wel eens wat aan.”

De afgelopen jaren haalde Talsma – veehouder en beheerder van vakantieboerderij De Kooiplaats – vooral bruikbaar hout weg langs de kust. De balken spoelen vaak in pakketten aan. „ Dat spul kan ik goed gebruiken. Er is op de boerderij of in onze appartementen altijd wel hout nodig.”

Sneeuwuil

Als Talsma het strand van Schiermonnikoog afstruint, houdt hij meteen de vogelstand in de gaten.

„ Je doet soms leuke waarnemingen. Ik heb ooit een sneeuwuil
(foto rechts) langs de waterkant zien vliegen. Die zijn vrij zeldzaam. Net als bijvoorbeeld de isabeltapuit.” (foto links)

Stookolie

Meer dan eens stuit de jutter op vogels die een lading stookolie niet hebben overleefd of verstrikt zijn geraakt in een net. „ Zeekoeten, alken, jan-van-gents.”  Soms krijgt hij zieke zeehonden in het vizier. „ Afgelopen zondag heb ik er nog twee gevonden. Die gaan dan achterin de auto en worden naar Lenie 't Hart in Pieterburen gebracht.”

Koe

Thalsma keek vreemd op toen hij ooit een complete koe zag aanspoelen. In de keuken bladert hij in z'n jutters-fotoboek. „ Kijk, die koe had nog een stuk touw aan z'n poot. Ik denk dat hij overboord is gezet.” Opmerkelijk was ook de vondst van een dood paard.

Wie het eerst komt...

Vergeleken met vroegere tijden zet de jutterij nog maar weinig zoden aan de dijk, stelt Talsma met spijt vast. Schepen verliezen niet meer zo gauw iets van hun lading. Afval gaat in containers. „ Het lijkt wel of er na iedere storm een stofzuiger over het strand gaat.” 
(foto links 1939)

Zo nu en dan spoelt er een partijtje hout aan, maar daar moet je dan snel bij wezen. „Wie het eerst komst, wie het eerst maalt. Het hele dorp weet binnen een halfuur dat er iets op het strand ligt. Het is hier een kleine gemeenschap. Als ik een nieuw hek neerzet, weet het eiland het binnen een dag.”

Van computerspelletjes tot weekendtassen

De boerderij van Talsma staat pal achter de duinen. Heel wat spullen heeft hij in het verleden van het strand gehaald. Boeien, meetapparatuur van schepen, reddingsmateriaal. Bijzonder was de ontdekking van een lading computerspelletjes. „ Mooi voor onze kinderen. Je hoefde er alleen maar batterijen te doen en ze deden het weer.” De vondst van 25 puntgave weekendtassen zal hij ook niet licht vergeten. „ Kun je weggeven als cadeautje. 't Heeft iets speciaals. Een weekendtas vanuit zee.”

De zee geeft soms ook bittere geheimen prijs. In al die jaren vond Talsma drie lichamen. Van een zeeman, een toerist en een onbekende. „ Zulke dingen vergeet je niet”, zegt de jutter, terwijl hij met een doek de beslagen voorruit van de Landrover schoonveegt. „Dat zijn hoopjes ellende.”

Voor mij hoeft het niet

Je bent eilander, dus je jut. Zo simpel is dat. Talsma geniet telkens weer. „ Je bent er even uit. Ik hou van avontuur en natuur. Het strand is iedere dag weer anders. Andere geulen, andere vogels, een andere zee. Ik ben iedere keer weer nieuwsgierig hoe het strand eruitziet. Als ik een dag aan de wal ben geweest, ben ik blij als ik weer terug ben. Die treinen, vliegtuigen, tunnels, het hoeft voor mij allemaal niet.”

Tegen vieren zakt een oranje bal in zee. Lichtblauw wordt donkerblauw, wordt zwart. Schiermonnikoog verstilt en verkilt. De weg van het dorp naar de veerboot – tussen de weilanden door te voet drie kwartier gaans – is aardedonker. Hier even geen roet, rook, reclame en meer randstedelijke rimram.

Hoog en door het duister onzichtbaar bepaalt het klagelijke ge-gak van een formatie ganzen de muziek. Vorst-aankondigers. Nog veel hoger fonkelen sterren.

Zie ook Theun Talsma en de eendenkooi (klik)

Bron: Reformatorisch Dagblad - 21/12/2000



terug naar overzicht van verhalen         naar bovenzijde pagina