Maak uw keuze

   home

   
  accommodaties
   
    geschiedenis
   
    dorp/bereikbaarheid
   
   bezienswaardigheden   
    vredenhof - bunker wassermann
    vuurtoren -  bezoekerscentrum -
    jachthaven - schelpenmuseum -
    walviskaken - de eendenkooi
   
    nationaal park
   
    bezoekerscentrum
 
   excursies
   
    landschappen/natuur
     wad - polder - westerplas -
     bos - kwelder - duinen -
     strand
   
    activiteiten
   
  verhalen
   
   taal
   
  •  kunstenaars
    en 't eiland
   
    
   
    links / © 2011
   
    mail webbeheerder
   
    inhoudsopgave site
 


terug naar overzicht
van verhalen

Redding uit het slib
Bron: Digitale Dorpsbode 2001

Al veertig jaar komt een gezin Winsum (Gr) op Schiermonnikoog. De kinderen van rond de dertig jaar zijn dan ook goed op de hoogte van de gevaarlij ke zandbanken bij de westkust van het eiland. Toch kwamen ze daar op een warme augustusdag in een soort drijfzand vast te zitten en moesten ze met groot materieel uit een benarde positie bevrijd worden.

Hoe kan dat?

In het gezellig ingerichte vakantiehuis in bungalow Klein Zwitserland kunnen ze er de dag erna alweer ontspannen over praten.

Greet: “Er stond later in de krant dat we van de zandbank kwamen, maar zover zijn we helemaal niet geweest. We waren bij paal 2 het strand opgegaan en we waren van plan naar de strandovergang bij paal 6 te wandelen. Het was laag water en het strand is daar erg breed. Op sommige plaatsen is het hard en zandig, op andere zacht en slikkig. Soms zak je dan een stukje weg, maar even verderop is het dan vaak weer hard. Maar op een zeker moment zakten we steeds verder weg. Toen hadden we terug moeten gaan, maar je denkt, straks komt er weer een hard stuk. En toen kwamen we ineens vast te zitten. We kropen op de knieën met de handen in de badslippers.

Gert: “Eerst doe je je broekspijpen omhoog, probeer je nog je kleren droog te houden. Maar dan lig je op je buik in de modder en probeer je in een soort tijgersluipgang vooruit te komen.”

Greet: “Ik had niet het gevoel dat mijn leven in gevaar was. Na een tijdje werd ik wel moe en dacht ik: haal me er nu maar uit.“

Door een gezamenlijke actie van brandweer, KNRM, kustwacht en politie zijn ze uitein-delijk uit hun benarde positie bevrijd, zoals gisteren al is gemeld.
De nuchtere Groningers werden na hun redding door de brandweer schoongespoten en naar hun vakantieadres gebracht. “Daar hebben we een warme douche genomen en ’s avonds gebarbecued.” Greet heeft een onrustige nacht achter de rug, de mannen hebben goed geslapen. Ze willen niet op de foto: “we zijn hier nog een week en we willen niet door iedereen herkend worden”.

De redder

Een heel ander verhaal vertelt Jelle Woudstra, de brandweerman die met een touw om zijn borst geknoopt als een waterschildpad-op-het-land naar hen toe ploeterde. Hij vertelt zijn verhaal op het terras van vakantieoord Sint Egbert, waar hij werkte.

Jelle is 42 jaar geleden op Schiermonnikoog geboren en lid van de vrijwillige brandweer. “Je krijgt een melding binnen dat er mensen in het drijfzand zitten. Er zijn op het strand stukken drijfzand, maar die zijn klein en overzichtelijk. We rukten dus uit met een ladder en 20 meter touw. Maar dit was geen drijfzand. Op meer dan 100 meter afstand zagen we twee mensen vastzitten in de slikvlakte.

De derde, de oudste broer, liep al op het strand. Die wilde weer terug om zijn broer en zus te halen, maar dat hebben we hem maar afgeraden. Eerst was er het plan dat één van ons met dat touw van 20 meter het slik in zou gaan met een tweede persoon aan het andere eind van het touw er achteraan om de voorste in geval van nood terug te kunnen trekken.
 

Maar daarvoor was de afstand veel te groot en het slik te diep. Gelukkig was toen de wipperploeg van de reddingmaatschappij gearriveerd en die jongens hebben wel lange lijnen.

Het had een probleem kunnen worden dat er dan een brandweer-scenario en een KNRM-scenario door elkaar gaan spelen, maar gelukkig hebben we de laatste jaren veel geoefend met alle diensten samen: brandweer, politie, ambulance, reddingmaatschappij. Het is als het ware één grote familie geworden. De
wippercommandant durfde geen lijn aan een vuurpijl over de slachtoffers heen te schieten. Je weet nooit wat zo’n lijn precies doet en er waren inmiddels veel mensen om ons heen komen staan. Toen zijn ze in het dorp zo’n grote brancard gaan halen, een soort kuip met handvatten eraan. Dat leek uren te duren, maar in acht minuten waren ze weer terug, met de brancard. Dan gaan er rare dingen door je heen. Je kan niets doen, je ziet die mensen daar vastzitten, je kan er niet bijkomen en je weet: als we er niets op vinden dan verzuipen ze. De rubberboot heeft 40 cm water nodig, en dat kunnen de slachtoffers niet meer hebben en als de helikopter hier is, is het ook te laat.

Toen de brancard er was heb ik het touw erin gegooid en de lijn van de wipperploeg voort-slepend heb ik op mijn buik liggend die brancard voor me uit geduwd. Dat gaat vreselijk langzaam, want in dat slik kun je je nergens tegen afzetten. Af en toe moest ik rusten en als je dan in die zwarte blubber-rotzooi ligt gaat er van alles door je heen: je bent alleen en moet alle beslissingen zelf nemen. We zijn erop getraind om alles te overleggen, maar communicatie was niet mogelijk. Mijn grootste angst was dat ik een keus zou moeten maken: als er maar gelegenheid is om er één te redden, wie moet ik dan kiezen? De man en de vrouw lagen nog wel zo’n 30 meter uit elkaar en om bij haar te komen, moest ik hem passeren. ‘Je komt toch wel terug?’ vroeg hij toen.

Toen ik bij de vrouw kwam vroeg ze of ze in de brancard kon liggen, ze was doodop. Ik realiseerde me in een flits dat dat niet kon. Als de brancard vol zou lopen of omslaan zou hij zinken: slik heeft geen drijfvermogen. Ze moest zich dus aan een hand-vat vasthouden en ik gaf een sein naar de wipperploeg dat ze de lijn kon-den aantrekken. Dat ging eerst te vlug, “poco, poco” schreeuwde ik en toen ging het zo langzaam dat ik ook naar de man kon sturen. Die was zo moe dat hij zich niet goed kon vasthouden en zich door mij moest laten meesjorren. En zo sukkelden we met z’n drieën richting strand.


En dan kom je uitgeput op het strand en zit je daar op je knieën. Toen ik opkeek maakte een mevrouw van vlakbij een foto van me. Van de brandweercommandant kreeg ik een kus op het voorhoofd, maar ja, al het materieel moet weer schoon en de aan-dacht gaat uit naar de geredden. Die waren niet onderkoeld en hadden geen dokter nodig.

Inmiddels was de SAR helikopter gearriveerd en toen ik omhoog keek stak daar iemand twee duimen op en maakte de helikopter even een knikkende beweging. Dan weet je: het is gelukt, maar hoe gemakkelijk had het anders kunnen aflopen.
En dan, gelukkig, de humor die de spanning breekt. Toen ik over het strand strompelde kwam Melle, een verwoede hobbyvisser, naast me lopen en mompelde: ‘Jelle, heste ek nog harders sjoen?’ “


terug naar overzicht van verhalen         naar bovenzijde pagina