|
|
terug naar overzicht
van verhalen
|
Redding uit het slib
Bron: Digitale Dorpsbode 2001
Al veertig jaar
komt een gezin Winsum (Gr) op Schiermonnikoog. De kinderen van rond
de dertig jaar zijn dan ook goed op de hoogte van de gevaarlij ke
zandbanken bij de westkust van het eiland. Toch kwamen ze daar op
een warme augustusdag in een soort drijfzand vast te zitten en
moesten ze met groot materieel uit een benarde positie bevrijd
worden.
Hoe kan dat?
In het gezellig ingerichte vakantiehuis in bungalow Klein
Zwitserland kunnen ze er de dag erna alweer ontspannen over praten.
Greet: “Er stond later in de krant dat we van de zandbank kwamen,
maar zover zijn we helemaal niet geweest. We waren bij paal 2 het
strand opgegaan en we waren van plan naar de strandovergang bij paal
6 te wandelen. Het was laag water en het strand is daar erg breed.
Op sommige plaatsen is het hard en zandig, op andere zacht en
slikkig. Soms zak je dan een stukje weg, maar even verderop is het
dan vaak weer hard. Maar op een zeker moment zakten we steeds verder
weg. Toen hadden we terug moeten gaan, maar je denkt, straks komt er
weer een hard stuk. En toen kwamen we ineens vast te zitten. We
kropen op de knieën met de handen in de badslippers.
Gert: “Eerst doe je je broekspijpen omhoog, probeer je nog je kleren
droog te houden. Maar dan lig je op je buik in de modder en probeer
je in een soort tijgersluipgang vooruit te komen.”
Greet: “Ik had niet het gevoel dat mijn leven in gevaar was. Na een
tijdje werd ik wel moe en dacht ik: haal me er nu maar uit.“
Door een gezamenlijke actie van brandweer, KNRM, kustwacht en
politie zijn ze uitein-delijk uit hun benarde positie bevrijd, zoals
gisteren al is gemeld.
De nuchtere Groningers werden na hun redding door de brandweer
schoongespoten en naar hun vakantieadres gebracht. “Daar hebben we
een warme douche genomen en ’s avonds gebarbecued.” Greet heeft een
onrustige nacht achter de rug, de mannen hebben goed geslapen. Ze
willen niet op de foto: “we zijn hier nog een week en we willen niet
door iedereen herkend worden”.
De redder
Een heel ander verhaal vertelt Jelle Woudstra, de brandweerman die
met een touw om zijn borst geknoopt als een
waterschildpad-op-het-land naar hen toe ploeterde. Hij vertelt zijn
verhaal op het terras van vakantieoord Sint Egbert, waar hij werkte.
Jelle is 42 jaar geleden op Schiermonnikoog geboren en lid van de
vrijwillige brandweer. “Je krijgt een melding binnen dat er mensen
in het drijfzand zitten. Er zijn op het strand stukken drijfzand,
maar die zijn klein en overzichtelijk. We rukten dus uit met een
ladder en 20 meter touw. Maar dit was geen drijfzand. Op meer dan
100 meter afstand zagen we twee mensen vastzitten in de slikvlakte.
De derde,
de oudste broer, liep al op het strand. Die wilde weer
terug om zijn broer en zus te halen, maar dat hebben we
hem maar afgeraden. Eerst was er het plan dat één van
ons met dat touw van 20 meter het slik in zou gaan met
een tweede persoon aan het andere eind van het touw er
achteraan om de voorste in geval van nood terug te
kunnen trekken.
|
 |
Maar
daarvoor was de afstand veel te groot en het slik te diep. Gelukkig
was toen de wipperploeg van de reddingmaatschappij gearriveerd en
die jongens hebben wel lange lijnen.
Het had een probleem kunnen worden dat er dan een brandweer-scenario
en een KNRM-scenario door elkaar gaan spelen, maar gelukkig hebben
we de laatste jaren veel geoefend met alle diensten samen:
brandweer, politie, ambulance, reddingmaatschappij. Het is als het
ware één grote familie geworden. De wippercommandant durfde geen
lijn aan een vuurpijl over de slachtoffers heen te schieten. Je weet
nooit wat zo’n lijn precies doet en er waren inmiddels veel mensen
om ons heen komen staan. Toen zijn ze in het dorp zo’n grote
brancard gaan halen, een soort kuip met handvatten eraan. Dat leek
uren te duren, maar in acht minuten waren ze weer terug, met de
brancard. Dan gaan er rare dingen door je heen. Je kan niets doen,
je ziet die mensen daar vastzitten, je kan er niet bijkomen en je
weet: als we er niets op vinden dan verzuipen ze. De rubberboot
heeft 40 cm water nodig, en dat kunnen de slachtoffers niet meer
hebben en als de helikopter hier is, is het ook te laat.
Toen de brancard er was heb ik het touw erin gegooid en de lijn van
de wipperploeg voort-slepend heb ik op mijn buik liggend die
brancard voor me uit geduwd. Dat gaat vreselijk langzaam, want in
dat slik kun je je nergens tegen afzetten. Af en toe moest ik rusten
en als je dan in die zwarte blubber-rotzooi ligt gaat er van alles
door je heen: je bent alleen en moet alle beslissingen zelf nemen.
We zijn erop getraind om alles te overleggen, maar communicatie was
niet mogelijk. Mijn grootste angst was dat ik een keus zou moeten
maken: als er maar gelegenheid is om er één te redden, wie moet ik
dan kiezen? De man en de vrouw lagen nog wel zo’n 30 meter uit
elkaar en om bij haar te komen, moest ik hem passeren. ‘Je komt toch
wel terug?’ vroeg hij toen.
Toen ik bij de vrouw kwam vroeg ze of ze in de brancard kon liggen,
ze was doodop. Ik realiseerde me in een flits dat dat niet kon. Als
de brancard vol zou lopen of omslaan zou hij zinken: slik heeft geen
drijfvermogen. Ze moest zich dus aan een hand-vat vasthouden en ik
gaf een sein naar de wipperploeg dat ze de lijn kon-den aantrekken.
Dat ging eerst te vlug, “poco, poco” schreeuwde ik en toen ging het
zo langzaam dat ik ook naar de man kon sturen. Die was zo moe dat
hij zich niet goed kon vasthouden en zich door mij moest laten
meesjorren. En zo sukkelden we met z’n drieën richting strand.
En dan kom je uitgeput op het strand en zit je daar op je knieën.
Toen ik opkeek maakte een mevrouw van vlakbij een foto van me. Van
de brandweercommandant kreeg ik een kus op het voorhoofd, maar ja,
al het materieel moet weer schoon en de aan-dacht gaat uit naar de
geredden. Die waren niet onderkoeld en hadden geen dokter nodig.
Inmiddels was de SAR helikopter gearriveerd en toen ik omhoog keek
stak daar iemand twee duimen op en maakte de helikopter even een
knikkende beweging. Dan weet je: het is gelukt, maar hoe gemakkelijk
had het anders kunnen aflopen.
En dan, gelukkig, de humor die de spanning breekt. Toen ik over het
strand strompelde kwam Melle, een verwoede hobbyvisser, naast me
lopen en mompelde: ‘Jelle, heste ek nog harders sjoen?’ “

terug naar overzicht van verhalen
naar bovenzijde pagina |
|