|
|
terug naar overzicht
van verhalen
|
Herinneringen
aan de Tweede Wereldoorlog
Door:
Tjitte
Talsma
Het uitbreken
van de oorlog
Ik was 11 jaar toen de oorlog uitbrak. Als de dag van
gisteren weet ik het nog:
’s morgens bij aankomst bij de lagere school vertelde
meester Veerman dat ons land in oorlog was met
Duitsland.
Het was 16 mei 1940 (16.00 uur) toen het eiland
Schiermonnikoog door de Duitsers bezet werd. ’s Middags
marcheerde de eerste groep van ongeveer 18 à 22
soldaten, onder commando van Inselcommandant Frankenberg
het dorp binnen.
Nog dezelfde middag werd bij de vuurtoren op de kaap de
Duitse hakenkruisvlag in top gehesen. Al vrij kort
hierna kwamen honderden Duitse soldaten hier naar toe.
Tijdens de oorlogsjaren hadden we een bezetting van ruim
700 soldaten. Diverse grote gebouwen werden door hen
gevorderd. Ook werden hier- net als aan de gehele kust,
zoals in Frankrijk, België, Nederland, Duitsland tot aan
de Scandinavische kust (de Atlantic Wall) - vele grote
bunkers en stellingen gebouwd.
Ook werden alle boeren op het eiland verplicht om met
paard en wagens dagelijks de vele bouwmaterialen naar de
gewenste duingebieden te brengen.
Nadat de zware kanonnen, radarinstallaties en grote
zoeklichten in stelling waren gebracht, werden in de
oorlogsjaren vele bommenwerpers naar beneden gehaald.
Vele crashten boven de Noordzee, waarbij de piloten
jammerlijk verdronken.
Een
gecrasht vliegtuig
Op 24 november 1941 kwam ik ’s avonds om 19.15 uur uit
het dorp en zag dat er een vliegtuig door het Duitse
geschut geraakt werd en vervolgens laag over mij heen
vloog. Darana vloog het tussen de kooiboerderij en de
eendenkooi in zuidwestelijke richting om daarna in ons
weiland te crashen. Na ongeveer 350 meter over de grond
doorgeschoten te zijn, maakte het een harde landing, het
landingsgestel brak af en het vliegtuig vloog meteen in
brand.
Toen ik bij thuiskomst aan mijn ouders en broers
vertelde wat er vlakbij de boerderij gebeurd was, ging
mijn vader er direct naar toe. Halverwege kwam mijn
vader de vierkoppige bemanning tegen. Ze waren allemaal
licht gewond. Na tien minuten waren ze bij ons in de
keuken. Mijn moeder heeft hen nog thee aangeboden.
Plotseling stormde een kleine groep Duitse soldaten bij
ons binnen. De bemanningsleden werden onmiddellijk met
de Duitse voertuigen die op het erf stonden afgevoerd.
Later heb ik vernomen dat ze alle vier naar diverse
strafkampen in Duitsland getransporteerd zijn en de
oorlog overleefd hebben.
In 1994 is vanuit Engeland de piloot gunner en navigator
mr. Paxton samen met zijn zoon bij ons op de
kooiboerderij geweest en hebben we alles nog eens
doorgepraat.
Ook heb ik de exacte plaats in het weiland aangewezen
waar ze gecrasht waren.
Daarna zijn er hier nog 6 bommenwerpers neergestort,
waarvan vele een dodelijke afloop voor de bemanning
hadden.
Het eiland
tijdens de oorlog
Ons dorp is niet gespaard gebleven van bombardementen.
Op 15 juli 1940 vond er boven Schiermonnikoog een
luchtgevecht plaats tussen Duitse en Engelse
vliegtuigen. Tijdens dit luchtgevecht waren de Engelse
bommenwerpers, vanwege hun eigen veiligheid, genoodzaakt
zich te ontdoen van hun bommenlading.
Ook op 8 januari 1941 en 28 juli 1943 deden zich
eenzelfde soort acties voor in de lucht boven het dorp.
Dit had vreselijke gevolgen voor onze eilander
gemeenschap: vele dorpsgenoten vonden de dood. Ook zijn
er tijdens de oorlogsjaren vele bemanningen van
geallieerde vliegtuigen op het strand aangespoeld en op
de begraafplaats “Vredenhof” ter aarde besteld.
Persoonlijk ben ik vele malen bij deze begrafenissen
aanwezig geweest.
Tijdens de oorlogsjaren waren de verhoudingen tussen de
Duitsers en de eilander bevolking over het algemeen vrij
rustig te noemen. Het was natuurlijk niet zo dat we als
eilander allemaal pro-Duits waren.
Een
bijzonder naar staartje
Tegen het einde van de oorlog werden we nóg
eens bijzonder opgeschrikt. Toen de Canadezen oprukten
naar het noorden, vluchtte op 16 april 1945 uit
Groningen een groep Duitse en Nederlandse SS-ers uit het
Scholtenshuis. Dit waren de grote gevreesde beulen uit
Groningen. Ze gingen met vier schepen vanuit Zoutkamp
(126 personen in totaal). Toen ze de kust van Oostmahorn
hadden bereikt, werden ze door de N.B.S. vanuit
stellingen op Oostmahorn onder vuur genomen. Een klein
aantal raakte gewond.
Toen deze bende gearriveerd was op het eiland wist men
nog niet waar ze ondergebracht moest worden. De Duitse
Inselcommandant wilde dit aparte gezelschap niet in zijn
eigen omgeving hebben.
In overleg met het gemeentebestuur werd besloten om deze
groep op een afgelegen plaats onder te brengen. En zo
gebeurde het, dat de gemeentesecretaris, de heer Herman
Visser, ’s morgens om kwart over tien bij ons op de
stoep stond met een dwangbevel waarin vermeld stond dat
de kooiboerderij en de eendenkooi voor militaire
doeleinden gevorderd zouden worden. Wij moesten binnen
anderhalf uur weg wezen. Dit leidde natuurlijk tot grote
paniek bij mijn ouders en de vijf jongens.
Mijn vader spande 2 paarden voor de boerenwagen. Snel
werden er beddengoed, kleding en levensmiddelen
ingeladen. Er werd besloten om naar buurman Jitze de
Vries te gaan, wat ongeveer 1 km bij ons vandaan was.
Mijn ouders kregen een slaapkamer in het voorend van de
boerderij en wij als jongens sliepen in de hooischuur.
Na drie dagen vonden mijn ouders dit een onhoudbare
situatie. Mijn vader ging naar het gemeentehuis en deed
daar zijn beklag. Besloten werd om voor ons gezin een
woning te vorderen in het dorp aan de Reeweg.
Intussen was al ons vee nog bij de boerderij. Mijn vader
en ik gingen de volgende dag naar de Kooiplaats om het
vee te verzorgen. Dit werd door Lehnhoff en Thomson (de
leider) gedoogd. Met verbijstering zagen we hoe de
boerderij en eendenkooi in sterke militaire vestingen
waren veranderd. Deze lui hadden 5 dure auto’s uit
Groningen meegenomen en veel nieuwe fietsen,
levensmiddelen en drank. Ook waren er 5 dames van
verschillende nationaliteiten in dat gezelschap. Van de
Duitse bezetting bij het strandhotel (De Batterie)
vernamen wij dat er steeds twee kanonnen op de
Kooiplaats gericht stonden en dat in geval van
moeilijkheden alles plat geschoten zou worden.
Eindelijk
bevrijd
Eindelijk was het dan zo ver. Op 25 mei kwamen er twee
Canadezen op Schiermonnikoog. Op 31 mei kwamen nog meer
bevrijders naar ons eiland en wat niemand verwacht had
gebeurde: de SS-bende gaf zich gewillig over. Dezelfde
vrijdagmorgen werden ze afgevoerd naar Zoutkamp waar de
Canadese legervoertuigen klaar stonden om hen naar de
gevangenis in Groningen te brengen.
Een aantal van die lui waren nog steeds in de
veronderstelling dat ze naar hun Heimat gebracht zouden
worden. Lehnhoff, de grootste beul, werd korte tijd
daarna op het binnenplein van de gevangenis
gefusilleerd. Op 11 juni werd de Duitse vaste bezetting
(toen nog 600 man) met boten de Brakzand en de Waddenzee
afgevoerd.
Schiermonnikoog was het laatste stukje Nederland wat
bevrijd werd. Overal zag je de vlaggen wapperen, er werd
gefeest en er werden in beide kerken dankdiensten
gehouden. Inmiddels was een grote ploeg mensen van de
NBS al bezig om de Kooiplaats te ontruimen. Alles werd
geïnspecteerd.
Na ongeveer 5 dagen werd de kooiboerderij vrijgegeven en
konden wij in de half gesloopte boerderij terugkeren.
Aftocht Duitse soldaten van het eiland op 11 juni 1945 -
foto: archief Bauke Henstra

terug naar overzicht van verhalen
naar bovenzijde pagina |
|